- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- GERANIUM CINEREUM 'LAURENCE FLATMAN'
- Bodembedekkers
Lage ooievaarsbek met sterk getekende bloemen
Geranium cinereum 'Laurence Flatman' vormt lage rozetten van klein, grijsgroen tot zilvergroen blad. Boven het compacte bladerdek verschijnen roze tot lilaroze bloemen met duidelijk afstekende donkerpaarse nerven en een donker hart. De bloei begint doorgaans in juni en kan met tussenpozen aanhouden tot september.
Deze cultivar wordt ongeveer 10 tot 20 cm hoog en groeit uit tot een lage mat van circa 25 tot 30 cm breed. Daardoor komt hij goed tot zijn recht in een rotstuin, langs een zonnige borderrand, tussen stapstenen zonder intensieve betreding of in een goed gedraineerde pot.
Standplaats en verzorging
Plant deze ooievaarsbek in de zon of lichte halfschaduw. Een luchtige, goed doorlatende bodem is belangrijker dan een voedselrijke grond. Zandige, stenige of grindrijke grond is geschikt, terwijl zware bodem met stagnerend wintervocht minder aangewezen is.
Een lichte terugknipbeurt na de voornaamste bloei houdt de pol compact en stimuleert de vorming van fris blad. In potten moet overtollig giet- en regenwater gemakkelijk kunnen wegvloeien.
Ja, deze cultivar verdraagt droge grond zodra hij goed is ingeworteld. Een zandige, stenige of grindrijke bodem sluit goed aan bij zijn lage groeiwijze. De grond moet vooral voldoende doorlatend zijn, want langdurig stilstaand vocht is ongunstiger dan tijdelijke droogte. Geef tijdens het eerste groeiseizoen water wanneer de bodem langdurig uitdroogt. Ook oudere planten in pot hebben tijdens warme perioden sneller water nodig dan exemplaren in de volle grond.
Alleen wanneer de afwatering voldoende wordt verbeterd. Op zware kleigrond kan water rond de wortels blijven staan, vooral tijdens een natte Belgische winter. Plant daarom bij voorkeur op een verhoogde plaats en werk grof mineraal materiaal door de bodem om de structuur te verbeteren. Blijft de grond langdurig nat, dan is een andere ooievaarsbek doorgaans een veiligere keuze. Een losse, stenige of zandige bodem past beter bij deze cultivar.
Een volwassen plant wordt doorgaans ongeveer 25 tot 30 cm breed en blijft met circa 10 tot 20 cm opvallend laag. Houd bij aanplant voldoende ruimte vrij zodat de rozetten zich kunnen ontwikkelen zonder onmiddellijk door krachtigere buurplanten te worden overgroeid. Deze beperkte afmetingen maken de cultivar geschikt voor kleine rotstuinen, de voorrand van een border en beplanting tussen lage stenen. Intensieve betreding wordt niet goed verdragen.
Ja, de compacte groei maakt deze cultivar geschikt voor potten en alpine bakken. Gebruik een luchtig substraat waarin overtollig water snel wegloopt en kies een pot met voldoende drainagegaten. Laat de pot niet langdurig in een onderschaal met water staan. Hoewel de plant tijdelijke droogte verdraagt, droogt potgrond sneller uit dan tuingrond. Controleer daarom tijdens warme zomerdagen geregeld het vochtgehalte zonder het substraat voortdurend nat te houden.
Een zware snoei is niet nodig. Na de voornaamste bloei kan de plant licht worden teruggeknipt om minder frisse bloemstelen te verwijderen en de lage pol compact te houden. Dit stimuleert doorgaans ook de ontwikkeling van nieuw blad. Knip niet diep in het hart van de rozet. Verwijder in het voorjaar alleen afgestorven of beschadigd blad dat na de winter is achtergebleven.