- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- GERANIUM HIMALAYENSIS
- Bodembedekkers
De correcte botanische naam is Geranium himalayense. Deze Himalaya-ooievaarsbek vormt een lage, breed uitgroeiende pol met diep ingesneden, groene bladeren. De komvormige bloemen zijn violetblauw en hebben donkerdere nerven rond een lichter hart. De bloei valt hoofdzakelijk in de late lente en de vroege zomer.
De plant groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een normale, goed doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt. Op een te natte standplaats kan de wortelgroei verzwakken. Door zijn spreidende groei komt deze soort goed tot zijn recht vooraan in een border, langs een pad of in een grotere groep.
Na de hoofdbloei kunnen de uitgebloeide stengels en het minder frisse blad worden teruggeknipt. Dit houdt de pol ordelijk en kan nieuwe bladgroei stimuleren. Oudere, te breed geworden pollen kunnen in het voorjaar of de herfst worden gedeeld.
Geranium himalayense vormt geleidelijk een brede pol via korte ondergrondse uitlopers. De plant blijft laag, maar neemt na enkele groeiseizoenen meer ruimte in dan een strikt polvormende vaste plant. Voor een gesloten beplanting kunnen meerdere exemplaren in een groep worden gezet. Wordt de pol te breed voor de beschikbare plaats, dan kan hij in het voorjaar of de herfst worden opgenomen en gedeeld. De buitenste, vitale delen kunnen opnieuw worden geplant.
Ja. Geranium himalayense groeit en bloeit in halfschaduw, vooral wanneer er dagelijks enkele uren direct of gefilterd zonlicht beschikbaar zijn. Op een zonnigere plaats is de bloei doorgaans rijker, op voorwaarde dat de bodem niet langdurig uitdroogt. Diepe schaduw is minder geschikt: de groei wordt er losser en het aantal bloemen neemt af. Een plaats met ochtendzon of lichte schaduw tijdens de warmste namiddaguren is doorgaans geschikt.
Een gevestigd exemplaar verdraagt een korte droge periode, maar langdurig droge grond is niet de beste standplaats. De plant ontwikkelt zich gelijkmatiger in een doorlatende bodem die tijdens het groeiseizoen enig vocht vasthoudt. Op lichte zandgrond helpt een laag compost om het vocht beter te bewaren. Geef pas aangeplante exemplaren tijdens droge perioden water totdat ze voldoende zijn ingeworteld. Vermijd tegelijk een bodem waarin na regen lang water blijft staan.
Terugknippen is niet noodzakelijk, maar kan de plant na de hoofdbloei duidelijk opfrissen. Verwijder uitgebloeide bloemstengels en beschadigd of slordig geworden blad tot net boven de basis. De plant vormt vervolgens doorgaans nieuw blad en kan later nog enkele bloemen geven. Knip niet tijdens een hete, droge periode zonder nadien water te geven. In het voorjaar kunnen de afgestorven resten van het vorige groeiseizoen volledig worden verwijderd.
Nee. Geranium himalayense is een bladverliezende vaste plant. Het bovengrondse deel sterft in de herfst of winter grotendeels af, terwijl de wortelstok onder de grond overwintert. In het voorjaar loopt de plant opnieuw uit. Laat afgestorven blad desgewenst tijdens de winter liggen als beperkte bescherming van de groeipunten en verwijder het vóór de nieuwe groei begint. Op een goed doorlatende standplaats is deze soort geschikt voor het Belgische klimaat.