- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- GALIUM ODORATUM
- Bodembedekkers
Lievevrouwebedstro (Galium odoratum) is een lage bosplant die zich met ondergrondse uitlopers uitbreidt. De rechtopstaande stengels dragen kransen van smalle, frisgroene bladeren. In mei en juni komen daar kleine witte bloemen bovenuit.
Deze vaste plant groeit het best in halfschaduw of schaduw, bijvoorbeeld onder bladverliezende struiken en bomen. Een humusrijke, doorlatende bodem die niet langdurig uitdroogt, geeft de beste groei. Op zonnigere plaatsen is voldoende bodemvocht noodzakelijk.
Wanneer de standplaats geschikt is, groeit lievevrouwebedstro uit tot een gesloten tapijt. Dat maakt de soort bruikbaar als bodembedekker, maar vraagt ook voldoende ruimte: de ondergrondse uitlopers kunnen zwakker groeiende buurplanten verdringen. De plant is bladverliezend en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
Het verwelkende of gedroogde blad verspreidt een kenmerkende geur die aan vers hooi doet denken. Snoei is doorgaans niet nodig. Een te breed geworden plantvak kan in het voorjaar eenvoudig worden begrensd door uitlopers weg te nemen.
Ja. Lievevrouwebedstro groeit van nature goed op beschaduwde, humusrijke plaatsen en kan daarom onder bladverliezende bomen en struiken worden gebruikt. De bodem moet voldoende doorlatend zijn en bij voorkeur niet langdurig uitdrogen. Onder bomen met een zeer dichte, oppervlakkige beworteling kan concurrentie om water de groei afremmen. Een laag bladcompost helpt om het humusgehalte en het bodemvocht op peil te houden.
Galium odoratum vormt ondergrondse uitlopers en kan zich op een geschikte standplaats vrij snel uitbreiden. In een ruim plantvak levert dat een gesloten bodembedekking op. Tussen kleine of zwak groeiende vaste planten kan de uitbreiding te sterk worden. Controleer daarom geregeld de rand van het plantvak en verwijder ongewenste uitlopers in het voorjaar. De plant is daardoor vooral geschikt waar hij voldoende ruimte krijgt om een tapijt te vormen.
Een plaats in de volle zon is minder geschikt, zeker op droge of snel opwarmende grond. Lievevrouwebedstro groeit het betrouwbaarst in halfschaduw of schaduw. Lichte ochtendzon wordt doorgaans goed verdragen wanneer de bodem humusrijk en voldoende vochthoudend blijft. Bij te veel zon en droogte kan het blad verbleken of voortijdig achteruitgaan. Onder een open bladerdek of aan de schaduwzijde van een struikengroep komt de soort beter tot zijn recht.
Nee. Galium odoratum is bladverliezend en trekt tijdens de winter bovengronds grotendeels in. De ondergrondse delen blijven behouden en vormen in het voorjaar nieuwe scheuten. Het afstervende blad hoeft niet zorgvuldig te worden weggehaald zolang het plantvak gezond blijft; organisch materiaal ondersteunt het humusrijke karakter van de bodem. Markeer jonge aanplantingen eventueel, zodat de rustende planten tijdens winterwerkzaamheden niet worden beschadigd.
De kenmerkende geur wordt vooral duidelijk wanneer het blad verwelkt of droogt. Dan komt coumarine vrij, een geurstof die aan vers hooi doet denken. Vers blad ruikt doorgaans veel minder sterk. De geur is een herkenbaar kenmerk van Galium odoratum, maar zegt niets over de gezondheid of bloeirijkheid van de plant. Gebruik de plant niet voor consumptie zonder voldoende kennis van de mogelijke effecten van coumarine.