- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- FRAXINUS ORNUS HOOGSTAM
- Loofbomen
De pluimes (Fraxinus ornus) onderscheidt zich van andere essen door zijn opvallende bloei. In mei en juni verschijnen brede pluimen met kleine, roomwitte bloemen. Ze verspreiden een duidelijke geur en worden door insecten bezocht.
Deze bladverliezende hoogstam vormt aanvankelijk een breed ovale kroon, die later ronder wordt. De stamhoogte bedraagt 2,20 m; daarboven ontwikkelt de kroon zich verder. Op termijn kan de boom ongeveer 8 tot 12 m hoog worden, afhankelijk van bodem, standplaats en beschikbare ruimte.
Fraxinus ornus groeit het best in de zon tot halfschaduw. Een zonnige plaats bevordert de bloei. De boom verkiest een goed doorlatende bodem en verdraagt ook kalk. Na een goede inworteling kan hij droge periodes behoorlijk doorstaan. Langdurig natte of slecht doorlatende grond is minder geschikt.
Door zijn middelgrote eindmaat en bloeiende kroon wordt de pluimes als solitaire hoogstamboom gebruikt in grotere tuinen, parken en ruime groenaanleg. Jonge bomen vragen tijdens droge perioden extra water, totdat het wortelgestel voldoende ontwikkeld is.
| Geschikt voor | Solitaire Boom of Plant, Hoogstam |
| Standplaats | Zon, Kan op droge grond |
| Bloeitijd | Mei, Juni |
| Eigenschap | Geurend, Verdraagt wind |
| Bloeikleur | Wit |
| Groeisnelheid | Middelmatig |
Een pluimes kan in Belgische omstandigheden op termijn ongeveer 8 tot 12 m hoog worden. De kroon wordt doorgaans breed ovaal en later meer afgerond. De beschikbare wortelruimte, bodem en standplaats beïnvloeden de uiteindelijke afmetingen. Omdat deze hoogstam een stamhoogte van 2,20 m heeft, begint de kroon boven die hoogte. De stamhoogte is dus niet gelijk aan de totale hoogte van de geleverde boom. Voorzie voldoende ruimte zodat de kroon zich zonder zware correcties kan ontwikkelen.
Ja. Een goed ingewortelde pluimes verdraagt droge perioden beter dan veel andere essen. De bodem moet wel voldoende doorlatend zijn. Tijdens de eerste jaren na aanplant blijft regelmatig water geven noodzakelijk, vooral op zandgrond en bij langdurige zomerdroogte. Een mulchlaag kan helpen om het bodemvocht gelijkmatiger te houden. Voortdurend natte grond of stilstaand water is minder geschikt, omdat dit de wortelontwikkeling belemmert en de boom gevoeliger kan maken voor wortelproblemen.
Een jonge pluimes heeft soms enkele jaren nodig voordat hij uitbundig bloeit. Ook de standplaats speelt een rol: in de volle zon is de bloei doorgaans rijker dan in halfschaduw. Een sterke snoei verwijdert bovendien bloemdragende takken en stimuleert vooral nieuwe scheutgroei. Geef de kroon daarom voldoende ruimte en beperk snoei tot noodzakelijke vormcorrecties en het verwijderen van beschadigd of kruisend hout. Overmatige stikstofbemesting kan eveneens veel bladgroei veroorzaken ten koste van de bloei.
Alleen wanneer voldoende ruimte beschikbaar is voor een middelgrote boom. De pluimes blijft kleiner dan sommige andere essen, maar vormt uiteindelijk een brede kroon en kan ongeveer 8 tot 12 m hoog worden. Voor een smalle stadstuin of een plaats dicht bij gevels is de soort doorgaans te ruim groeiend. In een grotere tuin kan de hoogstam wel gebruikt worden als solitaire boom, waarbij de kroon boven ooghoogte begint en er onder de boom doorzicht behouden blijft.
Een pluimes vraagt geen jaarlijkse vormsnoei wanneer hij vanaf de aanplant voldoende ruimte krijgt. Verwijder vooral beschadigde, dode of kruisende takken en corrigeer concurrerende toppen terwijl de boom nog jong is. Zware snoei kan de natuurlijke kroonvorm verstoren en vermindert tijdelijk de bloei. Snoei grotere takken alleen wanneer dit noodzakelijk is en laat geen lange stompen staan. Bij een pas geplante hoogstam ligt de nadruk eerst op een stabiele verankering en een gelijkmatige watervoorziening.