- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- FESTUCA MAIREI
- Siergrassen
Atlaszwenkgras (Festuca mairei) onderscheidt zich van veel andere zwenkgrassen door zijn forse, stevige pollen. Het fijne, grijsgroene blad buigt licht over en vormt een gelijkmatige, halfronde plant. De uiteindelijke hoogte bedraagt doorgaans ongeveer 70 cm, afhankelijk van bodem en standplaats.
Deze soort komt het best tot zijn recht op een zonnige, droge standplaats. Een arme, zandige of stenige bodem is geschikt, op voorwaarde dat overtollig water snel kan wegtrekken. Op voedselrijke of langdurig vochtige grond wordt de pol losser en neemt de levensduur af. Daardoor is Atlaszwenkgras vooral bruikbaar in grindtuinen, droge borders en op zonnige taluds.
Het blad blijft in zachte winters grotendeels groen. Snoeien is doorgaans niet nodig. Verwijder in het voorjaar alleen afgestorven of beschadigde bladeren. Oudere pollen kunnen worden gedeeld wanneer ze te breed worden of in het midden minder dicht groeien.
Festuca mairei wordt doorgaans ongeveer 70 cm hoog en vormt een brede, halfronde pol. Daarmee groeit Atlaszwenkgras duidelijk forser dan de compacte blauwgrijze zwenkgrassen die vaak in rotstuinen worden gebruikt. De uiteindelijke omvang hangt mee af van de bodem: op voedselrijke grond kan de plant losser en uitbundiger groeien, terwijl hij op een arme, droge bodem steviger en compacter blijft.
Ja. Een droge, zandige en eerder voedselarme bodem past goed bij Atlaszwenkgras, zolang de jonge plant na aanplant voldoende water krijgt om in te wortelen. Eenmaal gevestigd verdraagt de plant droge periodes goed. Vooral de afwatering is belangrijk: langdurig natte grond veroorzaakt eerder problemen dan een tekort aan voeding.
Het fijne, grijsgroene blad blijft tijdens een gemiddelde Belgische winter grotendeels aanwezig. Na strenge vorst of langdurig nat winterweer kunnen de bladpunten verkleuren of afsterven. In het voorjaar volstaat het om beschadigd en dood blad voorzichtig uit de pol te verwijderen. De plant hoeft daarvoor niet jaarlijks volledig teruggesnoeid te worden.
Nee. Atlaszwenkgras vraagt geen jaarlijkse, harde snoeibeurt. Kam in het voorjaar afgestorven bladeren uit de pol of knip alleen duidelijk beschadigd loof weg. Volledig terugsnoeien is meestal niet nodig en kan het wintergroene karakter tijdelijk tenietdoen. Een oudere pol die minder dicht wordt, kan in het voorjaar worden opgenomen en gedeeld.
Alleen wanneer de kleigrond voldoende doorlatend is. Op zware, verdichte grond waar in de winter water blijft staan, groeit Festuca mairei minder goed en kan de pol achteruitgaan. Kies bij voorkeur een verhoogde of afhellende plek en verbeter de afwatering waar nodig. Een lichte leemgrond is bruikbaar zolang ze niet langdurig nat blijft.