- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- FAGUS SYLVATICA 'PURPUREA PENDULA'
- Loofbomen
Breed afhangende treurvorm met donker blad
De rode treurbeuk (Fagus sylvatica 'Purpurea Pendula') combineert diep roodbruin blad met een uitgesproken treurvorm. De hoofdtakken buigen naar beneden en de jonge twijgen hangen los af, waardoor na verloop van tijd een dichte en breed uitwaaierende kroon ontstaat.
Deze cultivar vormt geen natuurlijke doorgaande stam. De hoogte en kroonaanzet hangen daarom sterk samen met de enthoogte en de manier waarop de boom tijdens de opkweek geleid werd. Een volwassen exemplaar wordt doorgaans ongeveer 3 tot 5 meter hoog, maar kan aanzienlijk breder worden. Ondanks de beperkte hoogte vraagt deze treurbeuk dus voldoende vrije ruimte rond de kroon.
Standplaats en bodem
In de zon ontwikkelt het blad de diepste roodbruine kleur. Halfschaduw wordt eveneens verdragen, al kan de bladkleur daar minder intens worden. Een humusrijke, goed doorlatende bodem heeft de voorkeur. Zowel zand- als leemgrond is bruikbaar zolang de wortelzone niet langdurig nat blijft.
Stagnerend water en volledig verharde groeiplaatsen worden slecht verdragen. Kies daarom een plaats met voldoende open bodem rond de stam. De windbestendigheid is matig; een zeer open en voortdurend winderige locatie is minder geschikt.
Gebruik en onderhoud
Fagus sylvatica 'Purpurea Pendula' komt het best tot zijn recht als solitaire boom, waar de neerhangende takken zich vrij kunnen ontwikkelen. Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van beschadigde, kruisende of ongewenst groeiende takken. Sterke vormsnoei verstoort de karakteristieke kroonopbouw.
| Geschikt voor | Daktuin, Solitaire Boom of Plant, Beveerde Boom, Hoogstam |
| Standplaats | Zon, Halfschaduw, Schaduw |
| Eigenschap | Opvallende herfstverkleuring, Sierlijke vruchten, Geurend blad of naalden |
| Groeisnelheid | Middelmatig |
| Vorm | Treur (Hangend) |
Een volwassen rode treurbeuk wordt doorgaans ongeveer 3 tot 5 meter hoog. De uiteindelijke hoogte hangt sterk af van de enthoogte en van de manier waarop de boom tijdens de opkweek werd geleid. De kroon kan op latere leeftijd duidelijk breder worden dan de boom hoog is. Houd daarom niet alleen rekening met de hoogte, maar vooral met voldoende vrije ruimte voor de breed afhangende takken.
Dat kan, op voorwaarde dat er voldoende ruimte in de breedte beschikbaar is. De boom groeit langzaam en blijft relatief laag, maar vormt uiteindelijk een brede, dichte treurkroon. Plaats hem niet vlak tegen een gevel, pad of perceelsgrens. Voor een compacte tuin is vooral een exemplaar met een passende enthoogte belangrijk, omdat die de positie van de kroon en daarmee het ruimtegebruik mee bepaalt.
In halfschaduw behoudt het blad zijn roodbruine karakter, maar de kleur is doorgaans minder intens dan op een zonnige standplaats. Voor de diepste purpertint is voldoende direct zonlicht aangewezen. De bodem mag daarbij niet sterk uitdrogen: een humusrijke grond die vocht vasthoudt maar overtollig water goed afvoert, ondersteunt een gelijkmatige groei en gezonde bladontwikkeling.
Deze cultivar vormt van nature geen doorgaande stam. De hoofdtakken groeien gebogen en hangen vervolgens naar beneden. Om een duidelijke kroonaanzet te verkrijgen, wordt de cultivar daarom op een onderstam geënt of tijdens de opkweek langs een steun geleid. Verschillen in enthoogte en opkweek verklaren waarom exemplaren van dezelfde cultivar een andere hoogte of kroonopbouw kunnen hebben.
Een goed doorlatende, humusrijke zand- of leembodem is het meest geschikt. De grond mag vochthoudend zijn, maar stagnerend water rond de wortels wordt slecht verdragen. Ook een volledig verharde groeiplaats is ongeschikt. Voorzie daarom voldoende open bodem rond de stam en verbeter zware, slecht drainerende grond vóór de aanplant. Op erg droge plaatsen is water geven tijdens de eerste jaren belangrijk.