- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- EUCOMMIA ULMOIDES
- Loofbomen
Een boom met opvallend elastisch bladsap
De gummiboom (Eucommia ulmoides) is vooral herkenbaar aan de rubberachtige latex in zijn bladeren. Wanneer een blad voorzichtig wordt doorgescheurd, blijven de helften door fijne, witte en elastische draden met elkaar verbonden. Het donkergroene blad is ovaal tot langwerpig en heeft een gezaagde rand.
De boom ontwikkelt een brede, ronde en vrij open kroon. Op een geschikte groeiplaats kan hij op termijn ongeveer 10 tot 20 meter hoog worden. Door deze afmetingen komt hij het best tot zijn recht als solitaire boom in een ruime tuin, park of brede groenstrook.
De kleine groene bloemen verschijnen in april, kort vóór of tegelijk met het jonge blad. Eucommia ulmoides is tweehuizig: mannelijke en vrouwelijke bloemen staan op afzonderlijke bomen. Alleen een vrouwelijke boom kan na bestuiving afgeplatte, gevleugelde nootvruchten vormen.
Standplaats en bodem
De gummiboom groeit in de zon tot halfschaduw en verdraagt verschillende normale tuinbodems, op voorwaarde dat de wortels voldoende ruimte krijgen. Hij is goed winterhard in België en verdraagt wind. Een standplaats in gesloten verharding is minder geschikt, waardoor voldoende open grond rond de stam aangewezen is.
Snoei is doorgaans beperkt tot het begeleiden van de kroon en het verwijderen van verkeerd geplaatste of beschadigde takken. Door zijn uiteindelijke omvang is het belangrijk om bij de aanplant voldoende afstand tot gebouwen en perceelsgrenzen te bewaren.
De bladeren bevatten een rubberachtige latex. Wanneer een vers blad voorzichtig wordt doorgescheurd, rekt deze stof uit tot fijne, witte draden die beide bladhelften tijdelijk met elkaar verbinden. Dit kenmerk is typisch voor Eucommia ulmoides en verklaart de Nederlandse namen gummiboom en elastiekjesboom. De draden zijn vooral goed zichtbaar in fris, gezond blad; bij oud of uitgedroogd blad kan het effect minder duidelijk zijn.
Nee. Eucommia ulmoides is tweehuizig, wat betekent dat mannelijke en vrouwelijke bloemen op afzonderlijke bomen voorkomen. Alleen vrouwelijke exemplaren kunnen de platte, gevleugelde nootvruchten vormen en daarvoor is bestuiving door een mannelijke boom nodig. Omdat het geslacht van jonge bomen niet altijd bekend is, mag bij een afzonderlijk aangeplant exemplaar niet automatisch op vruchten worden gerekend. De boom wordt daarom hoofdzakelijk gekozen om zijn groeiwijze en bijzondere bladeren.
Gewoonlijk niet. De gummiboom kan op termijn ongeveer 10 tot 20 meter hoog worden en vormt een brede, ronde kroon. Hij vraagt daardoor voldoende bovengrondse ruimte en een ruime, open wortelzone. In een kleine stadstuin kan de kroon na verloop van tijd te groot worden, zeker wanneer de boom dicht bij een woning of perceelsgrens staat. Voor een ruime tuin, park of brede groenstrook is de natuurlijke kroonontwikkeling beter te behouden.
Een standplaats volledig omsloten door bestrating is minder geschikt. Eucommia ulmoides groeit beter wanneer rond de stam een voldoende ruime, open bodemzone beschikbaar blijft. Zo kunnen water en lucht de wortels gemakkelijker bereiken en krijgt het wortelstelsel voldoende ontwikkelingsruimte. Bij gebruik in een brede groenstrook of ruime boomspiegel moet ook rekening worden gehouden met de uiteindelijke omvang van de kroon. Een kleine plantopening in gesloten verharding biedt doorgaans te weinig groeiruimte.
Ja. Een goed gevestigde Eucommia ulmoides is voldoende winterhard voor het Belgische klimaat en verdraagt ook wind behoorlijk goed. Daardoor kan de soort op een open standplaats worden gebruikt, zolang de bodem voldoende groeiruimte biedt. Zoals bij andere pas aangeplante bomen blijft een stevige verankering tijdens de eerste jaren belangrijk. Zorg bij droge perioden eveneens voor water totdat de boom goed is ingeworteld; winterhardheid betekent niet dat een jonge boom geen nazorg nodig heeft.