- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- EPIMEDIUM SP NOVA 'SPINE TINGLER' (SPHINX TWINKLE)
- Bodembedekkers
Opvallend stekelig blad
Epimedium 'Spine Tingler' onderscheidt zich vooral door zijn smalle, langwerpige bladeren met gegolfde randen en onregelmatige stekelpunten. Het jonge blad loopt in het voorjaar metaalachtig bronsroze tot chocoladebruin uit en verkleurt daarna naar fris appelgroen. De plant behoudt doorgaans een groot deel van zijn blad in de winter, al kan dit na strenge vorst of guur weer minder verzorgd ogen.
In april en mei verschijnen lichtgele bloemen op fijne stelen boven en tussen het blad. De plant vormt een lage, langzaam uitbreidende pol en ontwikkelt zich geleidelijk tot een gesloten bodembedekking.
Standplaats en verzorging
Deze elfenbloem groeit het best in halfschaduw, op een humusrijke en goed doorlatende bodem die niet langdurig nat blijft. Een gelijkmatig frisse grond bevordert de ontwikkeling. Eenmaal ingeworteld verdraagt de plant ook wat drogere schaduw, maar op uitgesproken droge grond verloopt de uitbreiding trager.
Oud of beschadigd blad kan aan het einde van de winter worden weggeknipt, net voordat de nieuwe bloemstelen verschijnen. Daardoor komen zowel de voorjaarsbloei als de bronskleurige bladuitloop beter tot hun recht. Vermijd daarbij de jonge scheuten, die dan al vlak boven de grond aanwezig kunnen zijn.
De langwerpige bladeren hebben gegolfde randen met opvallende, onregelmatig gerichte stekelpunten. Daardoor wijkt deze cultivar duidelijk af van elfenbloemen met breder en zachter getand blad. Ook de voorjaarskleur is kenmerkend: het jonge blad loopt metaalachtig bronsroze tot chocoladebruin uit en wordt later appelgroen. De bladstructuur en kleurwisseling vormen de belangrijkste sierwaarde van deze cultivar.
De plant is doorgaans wintergroen, maar het winterbeeld hangt af van de standplaats en de weersomstandigheden. Na strenge vorst, koude wind of een natte winter kan het oude blad beschadigd of minder fris worden. Dat blad mag aan het einde van de winter worden verwijderd. De plant loopt vervolgens opnieuw uit met bronskleurige jonge bladeren.
Een goed ingeworteld exemplaar verdraagt matig droge schaduw, maar deze cultivar groeit beter in humusrijke grond die voldoende vocht vasthoudt zonder nat te blijven. Onder bomen of struiken kan tijdens langdurige droogte extra water nodig zijn, vooral in de eerste jaren na aanplant. Op zeer droge grond blijft de groei doorgaans trager en sluit de beplanting minder snel.
Knip oud of verweerd blad aan het einde van de winter weg, voordat de nieuwe bloemstelen duidelijk boven de grond komen. Zo blijven de lichtgele bloemen en de gekleurde voorjaarsuitloop goed zichtbaar. Werk voorzichtig, want de jonge scheuten kunnen al vroeg tussen het oude blad aanwezig zijn. Wanneer het bestaande blad nog verzorgd is, hoeft het niet volledig verwijderd te worden.
Nee, deze cultivar vormt een langzaam uitbreidende pol en staat niet bekend als een agressieve woekeraar. De plant heeft tijd nodig om zich na aanplant te vestigen en een gesloten bodembedekking te vormen. Voor een sneller resultaat kunnen meerdere planten met een beperkte tussenruimte worden aangeplant. In humusrijke, matig vochtige grond verloopt de uitbreiding beter dan in droge, voedselarme bodem.