Vitis vinifera 'Frankenthaler' vormt grote trossen met ronde, blauwzwarte druiven. Het vruchtvlees is zoet en sappig en bevat pitten. De rijping vraagt veel warmte, waardoor dit ras in België vooral geschikt is voor een serre of een zonnige, beschutte zuidmuur. In een minder warme zomer kunnen buitendruiven later of onvolledig rijpen.
'Frankenthaler' is zelfbestuivend, zodat één plant vruchten kan dragen. De druivelaar groeit krachtig en moet langs draden, een hekwerk of een pergola worden geleid. Plant hem in goed doorlatende grond; langdurig natte bodem is ongeschikt.
Een jaarlijkse wintersnoei houdt de plant overzichtelijk en bevordert de vorming van vruchtdragende scheuten. Voer deze snoei uit tijdens de rustperiode, vóór de sapstroom op gang komt. In de zomer kunnen overtollige scheuten en bladeren rond de trossen beperkt worden verwijderd. Zo krijgen de druiven meer licht en lucht. Het uitdunnen van dicht bezette trossen kan bovendien grotere en gelijkmatiger rijpende vruchten opleveren.