- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- DELPHINIUM BELLADONNA 'BALLKLEID'
- Vaste planten
Ridderspoor Delphinium (Belladonna Group) 'Ballkleid' onderscheidt zich door losse, vertakte bloemtrossen met lichtblauwe bloemen en een duidelijk wit oog. De minder compacte bloeiwijze geeft deze cultivar een natuurlijker karakter dan riddersporen met zware, dicht bezette bloemaren. De plant wordt doorgaans ongeveer 110 tot 120 cm hoog en bloeit hoofdzakelijk in juni en juli.
Na de eerste bloei kan de uitgebloeide hoofdtros net onder de bloemen worden afgeknipt. Geef de plant daarna wat compost of organische mest en voldoende water. Onder gunstige omstandigheden volgt dan een tweede, doorgaans minder zware bloei in de nazomer.
'Ballkleid' groeit het best in de zon, op een diep losgemaakte, voedselrijke en goed doorlatende bodem. Vermijd langdurig natte grond en een uitgesproken zure bodem. Door de hoogte en de vrij losse stengels kan ondersteuning nodig zijn, vooral op een winderige plaats of tijdens zware regen.
Controleer jonge scheuten in het voorjaar regelmatig op slakkenvraat. Oudere planten kunnen na enkele jaren aan groeikracht verliezen; opnemen, delen en opnieuw planten helpt om vitale pollen te behouden.
Knip de uitgebloeide hoofdtros na de eerste bloei net onder de bloemen af, zonder meteen alle gezonde stengels en bladeren te verwijderen. Geef vervolgens wat compost of organische mest en houd de bodem tijdens droge perioden voldoende vochtig. De plant kan dan in augustus of september nieuwe bloemstengels vormen. Deze tweede bloei is meestal minder zwaar dan de hoofdbloei in juni en juli. Een zeer late derde bloei wordt beter niet gestimuleerd, omdat dit de plant onnodig kan uitputten voor de winter.
Ondersteuning is vaak aangewezen. 'Ballkleid' wordt ongeveer 110 tot 120 cm hoog en vormt vrij losse, vertakte bloemstengels. Op een beschutte plaats en in een stevige bodem kunnen de stengels soms zelfstandig blijven staan, maar wind en zware regen vergroten de kans op omvallen. Plaats de steun bij voorkeur voordat de bloemstengels volledig zijn uitgegroeid. Zo blijven de stengels natuurlijk verdeeld en is het steunmateriaal tijdens de bloei minder zichtbaar. Vermijd een te nauwe bundeling, want die doet de losse groeiwijze van deze cultivar verloren gaan.
Deze cultivar verlangt een voedselrijke, diep losgemaakte bodem die voldoende vocht vasthoudt maar overtollig water vlot afvoert. Werk bij de aanplant rijpe compost of ander goed verteerd organisch materiaal door de grond. Een uitgesproken zure bodem is minder geschikt. Op arme of snel uitdrogende grond blijven de bloemstengels doorgaans kleiner en wordt de herbloei minder betrouwbaar. Langdurig natte grond moet eveneens worden vermeden. Geef tijdens droge perioden water aan de voet van de plant, vooral tijdens de ontwikkeling van de bloemstengels.
Jonge scheuten van ridderspoor zijn bijzonder aantrekkelijk voor slakken. Vraat kan zo sterk zijn dat pas uitgelopen stengels in korte tijd tot bij de grond verdwijnen. Controleer de plant daarom vanaf het uitlopen regelmatig, vooral tijdens zachte en vochtige nachten. Houd dicht plantenafval rond de kroon beperkt en gebruik indien nodig een passende slakkenbarrière of een andere gerichte bestrijdingsmethode. Een beschadigde plant kan opnieuw uitlopen, maar herhaalde vraat verzwakt de pol en kan de bloei van dat jaar sterk verminderen.
Ja. De lange stengels en losse lichtblauwe bloemtrossen zijn geschikt voor boeketten. Snijd de stelen wanneer de onderste bloemen geopend zijn en de bovenste knoppen nog kleur tonen. Gebruik een scherpe snoeischaar en zet de stelen meteen in schoon water. Laat voldoende gezond blad aan de plant staan, zodat de pol na het snijden kan herstellen. Wanneer de hoofdtros voor de vaas wordt geoogst, kunnen lager geplaatste zijscheuten zich verder ontwikkelen. De losse bloeiwijze geeft een minder massief effect dan riddersporen met dicht bezette bloemaren.