- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- DACTYLIS GLOMERATA 'VARIEGATA'
- Siergrassen
Bonte kropaar (Dactylis glomerata 'Variegata') wordt vooral aangeplant om zijn smalle, groen-wit gestreepte blad. Het gras groeit opgaand vanuit een geleidelijk breder wordende pol. Tijdens de bloei bereikt het doorgaans een hoogte van ongeveer 40 tot 60 cm.
In mei en juni verschijnen losse, groenachtige tot beige bloempluimen boven het blad. De bloei is eerder ingetogen; de lichte bladtekening bepaalt het grootste deel van het seizoen de sierwaarde. In een zachte winter blijft een deel van het blad behouden, terwijl het loof na strengere vorst sterker kan terugvallen.
Deze cultivar groeit in de zon en halfschaduw op gewone, voldoende doorlatende tuingrond. Hij verdraagt een tijdelijk drogere bodem, maar ontwikkelt zich minder goed op langdurig natte grond. Knip het oude en beschadigde blad aan het einde van de winter terug, voordat de nieuwe groei begint.
Deze bonte kropaar is halfwintergroen. Tijdens zachte Belgische winters blijft doorgaans een deel van het gestreepte blad zichtbaar. Na langdurige vorst, natte sneeuw of veel winterneerslag kan het loof echter bruin worden of platvallen. De plant is zelf goed winterhard en loopt in het voorjaar opnieuw uit. Halfwintergroen betekent hier dus niet dat het blad de hele winter onbeschadigd blijft.
Knip het oude blad aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar terug, voordat de nieuwe scheuten duidelijk beginnen te groeien. Snoei niet preventief in het najaar: het resterende loof houdt nog structuur en beschermt de basis van de pol enigszins. Verwijder vooral bruine en beschadigde bladeren. Wanneer het gras na een zachte winter nog verzorgd oogt, kan een lichte opschoning volstaan.
Ja. Deze cultivar groeit zowel in de zon als in halfschaduw. Een plaats met enkele uren direct zonlicht of lichte, open schaduw is geschikt. Vermijd een donkere standplaats onder een dicht bladerdek, omdat de groei daar losser kan worden. De bodem moet voldoende doorlatend blijven, vooral in de winter. Op langdurig natte grond kan de pol achteruitgaan.
De plant bereikt tijdens de bloei doorgaans ongeveer 40 tot 60 cm. Buiten de bloeiperiode blijft de bladpol lager. Door de beperkte hoogte past dit siergras aan de voorrand of in het middendeel van een border. Houd er rekening mee dat de pol mettertijd breder wordt; geef de plant daarom voldoende ruimte om zijn losse, spreidende groeiwijze te ontwikkelen.
Een gevestigde plant verdraagt tijdelijk droge grond, vooral in halfschaduw of op een bodem die niet te arm is. Langdurige droogte kan de bladkwaliteit verminderen, waardoor de punten bruin worden. Geef tijdens het eerste groeiseizoen water bij aanhoudend droog weer, zodat de wortels zich goed kunnen ontwikkelen. Een permanent natte bodem is minder geschikt dan een gewone, doorlatende tuingrond.