Aromatische hand- en bewaarappel
Malus domestica 'Cox's Orange Pippin' draagt middelgrote appels met een geelgroene tot goudgele schil en een oranjerode blos aan de zonzijde. Het vruchtvlees is fijn, sappig en aanvankelijk stevig. De smaak is zoetzuur, krachtig aromatisch en licht kruidig. De vruchten worden vooral als handappel gegeten, maar zijn ook bruikbaar voor gebak, desserts en moes.
De appels worden doorgaans in september geplukt. Hun volle aroma ontwikkelt zich verder tijdens de bewaring. In een koele, geschikte bewaarplaats blijven ze meestal tot in de winter bruikbaar, al hangt de bewaartijd sterk af van de plukrijpheid en de bewaaromstandigheden.
Bestuiving en groei
'Cox's Orange Pippin' is niet zelfbestuivend. Voor een betrouwbare vruchtzetting is een ander appelras met een overlappende bloeiperiode nodig. Deze laagstam blijft door zijn productvorm compacter dan een halfstam of hoogstam en komt doorgaans vroeger in productie. De uiteindelijke grootte wordt mede bepaald door de gebruikte onderstam, de bodem en de snoei.
Standplaats en aandachtspunten
Kies een zonnige tot licht halfschaduwrijke plaats met een voedzame, voldoende doorlatende bodem. Een zonnige ligging ondersteunt de rijping, kleuring en aromaontwikkeling van de vruchten. De grond mag tijdens het groeiseizoen niet langdurig uitdrogen, maar blijvend natte grond is evenmin geschikt.
Dit ras vraagt meer aandacht dan veel moderne appelrassen. In vochtige omstandigheden kan het gevoeliger zijn voor schurft, meeldauw en vruchtboomkanker. Een open kroon, een luchtige standplaats en een evenwichtige snoei helpen om het blad en de takken sneller te laten opdrogen.