- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- COTONEASTER HORIZONTALIS
- Bladverliezend
Horizontale groei met een duidelijk takkenpatroon
De vlakke dwergmispel (Cotoneaster horizontalis) vormt breed uitstaande takken met korte zijtwijgen die bijna allemaal in hetzelfde vlak groeien. Hierdoor ontstaat het kenmerkende visgraatpatroon. De struik wordt doorgaans 50 tot 100 cm hoog, maar kan zich zonder correctiesnoei aanzienlijk breder ontwikkelen.
Het kleine, donkergroene blad verkleurt in de herfst naar oranjerood voordat het afvalt. In mei en juni verschijnen kleine witroze bloemen. Daaruit ontwikkelen zich helderrode vruchten, die in het najaar sterk afsteken tegen het blad en soms tot in de winter aan de kale takken blijven hangen.
Standplaats en toepassing
Cotoneaster horizontalis groeit in de zon of halfschaduw en stelt weinig eisen aan de bodem, zolang overtollig water voldoende kan wegtrekken. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt de struik ook vrij droge grond. Langdurig natte, slecht doorlatende grond is minder geschikt.
Door zijn lage, brede groei kan deze dwergmispel worden gebruikt als bodembedekkende heester op taluds, in grote rotstuinen en vooraan in ruime plantvakken. Tegen een muur kunnen de takken worden aangebonden en vlak geleid; de plant hecht zich niet zelfstandig vast.
Onderhoud en uitbreiding
Snoei is niet noodzakelijk voor de bloei, maar kan nodig zijn om de breedte te beperken of de vorm te corrigeren. Verwijder ongewenste uitlopers bij voorkeur in het vroege voorjaar. Takken die de grond raken, kunnen plaatselijk wortelen. De vruchten worden door vogels gegeten, waardoor zaailingen ook buiten het oorspronkelijke plantvak kunnen verschijnen.
Cotoneaster horizontalis wordt doorgaans ongeveer 50 tot 100 cm hoog, maar groeit duidelijk breder dan hoog. Oudere exemplaren kunnen zonder snoei een breedte van 2 meter of meer bereiken. De beschikbare ruimte is daarom belangrijker dan de uiteindelijke hoogte. Op een talud mogen de takken vrij uitgroeien, terwijl in een kleiner plantvak regelmatig een correctiesnoei nodig kan zijn. Takken die langdurig op de grond liggen, kunnen bovendien plaatselijk wortelen en zo het begroeide oppervlak verder uitbreiden.
Ja, mits de bodem voldoende doorlatend is. Een goed ingewortelde vlakke dwergmispel verdraagt tijdelijke droge periodes en spreidt zijn takken breed over de grond uit. Daardoor is de soort bruikbaar voor taluds en hellende plantvakken. Geef tijdens het eerste groeiseizoen wel water wanneer de bodem langdurig uitdroogt, zodat de wortels zich goed kunnen ontwikkelen. Een standplaats waar water na regen lang blijft staan, is minder geschikt. Op zware grond moet vooral de afwatering in orde zijn.
De vlakke dwergmispel kan tegen een muur worden geleid, maar is geen zelfhechtende klimplant. De lange, horizontale takken moeten daarom met bindmateriaal of een eenvoudige steunconstructie worden vastgezet. Door het visgraatvormige takkenpatroon ontstaat een vlak en herkenbaar silhouet. Houd rekening met de uiteindelijke breedte en leid jonge takken tijdig in de gewenste richting. Een muur op een zonnige of halfschaduwrijke plaats is geschikt, zolang de grond aan de voet niet voortdurend nat blijft.
Jaarlijkse snoei is niet noodzakelijk. Snoei dient vooral om takken binnen het beschikbare plantvak te houden of om beschadigd en kruisend hout te verwijderen. Een correctiesnoei gebeurt bij voorkeur in het vroege voorjaar. Houd er rekening mee dat een sterke snoei een deel van de bloemen en de daaropvolgende vruchten wegneemt. Bij planten die tegen een muur worden geleid, kunnen jonge scheuten tijdens het groeiseizoen worden aangebonden en te ver uitstekende takken gericht worden ingekort.
Nee. Cotoneaster horizontalis is een bladverliezende heester. Het kleine groene blad krijgt eerst een oranjerode tot rode herfstkleur en valt daarna af. De helderrode vruchten kunnen langer aan de kale takken blijven hangen, waardoor het visgraatvormige takkenpatroon ook in de winter zichtbaar blijft. Hoe lang de vruchten aanwezig blijven, hangt onder meer af van het weer en van vogels die ervan eten. Wie een blijvend groene bodembedekking zoekt, kiest beter een wintergroene soort.