De roodbladige hazelaar (Corylus maxima 'Purpurea') onderscheidt zich door zijn grote, donkerrode tot purperen bladeren. De kleur is doorgaans het krachtigst op een zonnige standplaats; in halfschaduw kan het blad groener worden. De struik groeit breed en bossig en ontwikkelt van nature meerdere stevige hoofdtakken.
De afhangende mannelijke katjes verschijnen in februari en maart, nog vóór het blad uitloopt. Later kunnen eetbare hazelnoten ontstaan, omgeven door opvallende, langwerpige vruchthulzen. 'Purpurea' wordt in de eerste plaats als sierstruik gekweekt en is minder aangewezen wanneer een regelmatige, ruime notenoogst het belangrijkste doel is.
Reken in de tuin op een forse struik van ongeveer 3 tot 4 meter hoog, met een vergelijkbare breedte wanneer hij vrij kan uitgroeien. Daardoor komt deze hazelaar het best tot zijn recht als solitaire struik of als onderdeel van een ruime heesterbeplanting. Voor een kleinere tuin kan hij te volumineus worden.
Plant hem in de zon of halfschaduw op een normale, goed doorlatende tuingrond. Zowel zand-, leem- als kleigrond komt in aanmerking, zolang de bodem niet langdurig nat blijft. De plant is goed winterhard in België. Verjongingssnoei is mogelijk door tijdens de rustperiode enkele van de oudste takken laag weg te nemen; zo blijft de struik open en ontstaan nieuwe scheuten vanuit de basis.