- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CORYLUS AVELLANA
- Bladverliezend
Gewone hazelaar met eetbare noten
De gewone hazelaar (Corylus avellana) vormt eetbare hazelnoten van ongeveer 2 cm. Ze rijpen doorgaans in september en oktober en kunnen vers gegeten of gedroogd en verwerkt worden. Voor een betrouwbare notenoogst staan bij voorkeur meerdere genetisch verschillende hazelaars bij elkaar. De bestuiving gebeurt door de wind.
Deze inheemse soort groeit uit tot een brede, meerstammige struik van ongeveer 5 tot 7 meter hoog. De lange, geelgroene mannelijke katjes verschijnen meestal in januari en februari, nog voordat het blad uitloopt. De veel kleinere vrouwelijke bloemen zijn herkenbaar aan hun rode stempels. Het groene, afgeronde blad verkleurt geel in de herfst en valt daarna af.
Standplaats en toepassing
Corylus avellana groeit in zon, halfschaduw en schaduw, maar draagt doorgaans het best op een voldoende zonnige plaats. De struik verdraagt verschillende bodemsoorten zolang de grond voldoende luchtig en ontwaterd blijft. Langdurig natte of sterk verdichte grond is minder geschikt.
Door zijn brede groei vraagt een vrij uitgroeiende hazelaar voldoende ruimte. Hij past in een gemengde landschapshaag, bosrand of natuurlijke beplanting en kan ook als afzonderlijke struik worden gebruikt. Verouderde takken kunnen geleidelijk aan de basis worden verwijderd om jonge scheuten ruimte te geven. Sterke jaarlijkse snoei beperkt de bloei en kan daardoor de notenoogst verminderen.
| Geschikt voor | Solitaire Boom of Plant, Haagplant, Meerstammig |
| Standplaats | Zon, Halfschaduw, Kan tegen tijdelijke hoge waterstand |
| Bloeitijd | Februari, Maart, April |
| Groeisnelheid | Snel, Middelmatig |
| Eigenschap | Sierlijke vruchten, Bijenplant |
| Bloeikleur | Geel |
Op één hazelaar komen zowel mannelijke als vrouwelijke bloemen voor, maar een alleenstaande plant geeft niet altijd een betrouwbare notenoogst. Het stuifmeel en de vrouwelijke bloemen kunnen op verschillende tijdstippen rijp zijn en kruisbestuiving bevordert doorgaans de vruchtzetting. Plant voor een goede opbrengst bij voorkeur minstens twee genetisch verschillende hazelaars met een overlappende bloeiperiode. De wind verspreidt het stuifmeel, waardoor de planten niet vlak naast elkaar hoeven te staan.
Ja, Corylus avellana groeit ook in halfschaduw en schaduw. Voor de teelt van hazelnoten is een zonnige tot licht beschaduwde standplaats echter geschikter. Met voldoende licht vormt de struik doorgaans meer bloeiend hout en is de kans op een bruikbare oogst groter. In diepe schaduw kan de groei losser worden en blijft de vruchtzetting beperkter. Als de noten belangrijk zijn, krijgt de hazelaar daarom best een plaats met meerdere uren zon per dag.
Een vrij groeiende gewone hazelaar wordt doorgaans 5 tot 7 meter hoog en kan bijna even breed worden. De plant vormt meerdere stammen vanuit de basis en ontwikkelt met de jaren een brede kroon. Daardoor is hij minder geschikt voor een kleine plantplaats waar weinig zijwaartse ruimte beschikbaar is. Met periodieke verjongingssnoei kan de struik kleiner worden gehouden, maar jaarlijks sterk terugsnoeien gaat ten koste van de natuurlijke vorm en kan de notenproductie verminderen.
De hazelnoten rijpen doorgaans in september en oktober. Ze zijn oogstrijp wanneer het omhulsel begint te verkleuren en de noten gemakkelijk loskomen of vanzelf op de grond vallen. Verzamel afgevallen noten regelmatig om vraat en aantasting te beperken. Laat noten die bewaard moeten worden eerst goed drogen op een luchtige plaats. De precieze oogstperiode verschilt per groeiplaats en weersverloop, waardoor niet alle noten tegelijk rijp hoeven te zijn.
Ja, de gewone hazelaar is geschikt voor een brede, informele haag of gemengde landschapshaag. Hij vertakt vanuit de basis en verdraagt snoei, maar groeit van nature ruimer dan een strak geschoren haag. Houd daarom voldoende plaats vrij in de breedte. Voor notenproductie is een losse haag gunstiger dan een vaak geknipte vorm, omdat sterke snoei bloeiend hout verwijdert. De afgevallen bladeren en noten maken deze soort vooral passend in natuurlijke tuinen en landschappelijke beplantingen.