- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- CORTADERIA RICHARDII
- Siergrassen
Cortaderia richardii, botanisch ook ingedeeld als Austroderia richardii, vormt een forse pol met smal, boogvormig overhangend blad. Vanaf de late zomer verschijnen losse, zilverwitte bloempluimen die geleidelijk crèmekleurig worden. Ze staan ruim boven het blad en behouden tot ver in de winter hun structuur.
Dit siergras groeit het best in de zon op een vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Vooral tijdens de winter is een grond zonder stilstaand water belangrijk. Op een geschikte standplaats kan de plant ongeveer 1,5 tot 3 meter hoog worden wanneer de bloempluimen worden meegerekend. Voorzie daarom voldoende ruimte rond de pol.
Het blad kan tijdens koude of natte winters gedeeltelijk bruin worden. Verwijder oude bloeistengels en afgestorven blad aan het einde van de winter, voordat de nieuwe groei begint. Draag daarbij stevige handschoenen en beschermende kleding, want de bladranden kunnen scherp zijn.
Cortaderia richardii komt uit Nieuw-Zeeland en vormt lossere, minder compacte bloempluimen dan het bekende Zuid-Amerikaanse pampasgras. De pluimen zijn aanvankelijk zilverwit en verkleuren later naar crème. Ook het smalle, boogvormig overhangende blad geeft de plant een losser en natuurlijker silhouet. Botanisch wordt de soort tegenwoordig ook onder de naam Austroderia richardii aangeboden.
Reken in Belgische tuinen op ongeveer 1,5 tot 3 meter hoogte wanneer de bloempluimen worden meegerekend. De bladmassa blijft lager, maar vormt na verloop van tijd een brede, dichte pol. De uiteindelijke afmetingen hangen af van bodem, vochtvoorziening en standplaats. Geef de plant voldoende vrije ruimte, zodat het overhangende blad en de hoge bloeistengels zich zonder hinder kunnen ontwikkelen.
De soort is doorgaans voldoende winterhard op een zonnige standplaats met een goed doorlatende bodem. Langdurig natte grond tijdens de winter vormt een groter risico dan gewone vorst. Het blad kan na een koude of natte winter gedeeltelijk bruin worden, waarna de pol in het voorjaar opnieuw uitloopt. Op zware grond is een luchtige bodemstructuur daarom belangrijk.
Verwijder oude bloeistengels en afgestorven blad aan het einde van de winter of bij het begin van het voorjaar, vóór de nieuwe groei op gang komt. Knip niet onnodig diep in het levende hart van de pol. Gebruik stevige handschoenen, lange mouwen en bij voorkeur een veiligheidsbril, want de smalle bladeren hebben scherpe randen.
Een gelijkmatig vochtige bodem wordt verdragen zolang overtollig water vlot kan wegzakken. Permanent natte grond en stilstaand winterwater zijn minder geschikt, omdat ze de kans op schade aan de pol vergroten. Op zware kleigrond kan de afwatering vóór het planten worden verbeterd. Een losse, vochthoudende maar goed gedraineerde bodem biedt de betrouwbaarste groei.