- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- CORNUS CANADENSIS
- Bodembedekkers
Kruipende kornoelje (Cornus canadensis) wijkt sterk af van de struikvormige kornoeljes. De plant groeit met ondergrondse wortelstokken en vormt een laag tapijt van ongeveer 10 tot 20 cm hoog. Hierdoor komt hij vooral tot zijn recht als bodembedekker in een koele bostuin of schaduwrijke border.
In het late voorjaar tot de vroege zomer verschijnen kleine bloemhoofdjes, omgeven door vier opvallende witte schutbladen. Later kunnen helderrode vruchten volgen. Het groene blad verkleurt in de herfst rood tot paars en sterft vervolgens bovengronds af; Cornus canadensis is dus niet wintergroen.
Standplaats en bodem
Deze soort verlangt halfschaduw tot schaduw en een humusrijke, zure tot kalkarme bodem. De grond moet goed doorlatend zijn, maar tijdens het groeiseizoen gelijkmatig vochtig blijven. Droge schaduw onder bomen is alleen geschikt wanneer de bodem voldoende humus en vocht bevat.
Kalkrijke grond en uitdroging in de zomer worden slecht verdragen. Een laag bladcompost of ander organisch materiaal helpt om het bodemvocht vast te houden. Op een passende standplaats is de plant goed winterhard in België en vraagt hij weinig snoei.
Ja, mits de bodem onder de bomen voldoende humusrijk en vochtig blijft. Kruipende kornoelje groeit van nature op koele, beschaduwde bosgrond. Onder bomen met sterke oppervlakkige wortels kan echter veel concurrentie om water ontstaan. Een plek in droge schaduw is daarom minder geschikt. Breng bij aanplant bladcompost aan en bewaak vooral tijdens de vestigingsperiode en zomerse droogte het bodemvocht.
Nee, deze soort groeit het best in zure tot kalkarme grond. Op kalkrijke bodem kan de ontwikkeling achterblijven en kan het blad tekenen van voedingstekort vertonen. Kies een humusrijke bosgrond en vermijd kalkhoudende bodemverbeteraars. Ook gieten met sterk kalkhoudend water is bij langdurige droogte minder geschikt. In uitgesproken kalkrijke tuingrond is een andere bodembedekker doorgaans een betrouwbaardere keuze.
Alleen wanneer de grond ook tijdens de zomer voldoende vochtig blijft. De plant verdraagt schaduw goed, maar geen langdurige uitdroging. Vooral onder grote bomen kan een standplaats veel droger zijn dan ze lijkt. Een humusrijke bodem en een mulchlaag van bladcompost helpen om vocht vast te houden. Op blijvend droge zandgrond zal kruipende kornoelje zich moeilijk tot een gesloten tapijt ontwikkelen.
Nee. Het blad blijft gedurende het groeiseizoen groen en verkleurt in de herfst rood tot paars. Daarna sterven de bovengrondse delen af. De plant overwintert via zijn ondergrondse wortelstokken en loopt in het voorjaar opnieuw uit. De soort is goed winterhard in België, maar vormt tijdens de winter geen groenblijvend tapijt.
Kruipende kornoelje verspreidt zich met ondergrondse wortelstokken en vormt geleidelijk een laag, dicht tapijt. De ontwikkeling verloopt het best in losse, humusrijke grond met een gelijkmatige vochtvoorziening. Op een te droge of kalkrijke standplaats blijft de groei beperkt. Snoei is doorgaans niet nodig; ongewenste uitlopers kunnen eenvoudig worden afgestoken.