- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- CORNUS ALBA MIRACLE
- Bladverliezend
Veranderende bladkleur en rode wintertwijgen
Witte kornoelje (Cornus alba 'Miracle') onderscheidt zich door zijn opvallende kleurverloop. In het voorjaar en de vroege zomer is het blad groen met wit en roze langs de rand. Vanaf de late zomer verandert dit geleidelijk in een intensere paarsroze herfstkleur. Na de bladval blijven de rode jonge twijgen zichtbaar.
Zonder regelmatige snoei groeit deze bladverliezende heester uit tot ongeveer 2 meter hoog en breed. Door jaarlijks terug te snoeien, kan hij rond 1 meter worden gehouden. De compacte maat en uitgesproken bladkleur maken hem geschikt als solitair en voor aanplanting in groepen of grotere plantvakken.
Standplaats en snoei
Cornus alba 'Miracle' groeit in de zon tot halfschaduw, bij voorkeur in een vruchtbare en goed doorlatende bodem. Vermijd grond waarin na regen langdurig water blijft staan. De plant is goed winterhard in België.
Snoei bij voorkeur aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar, vóór het uitlopen. Sterk terugsnoeien bevordert de vorming van jonge, helder gekleurde twijgen en houdt de struik compact. Wie ook bloemen wil behouden, verwijdert beter jaarlijks slechts een deel van de oudste takken.
Nee. Het blad verandert gedurende het groeiseizoen. In het voorjaar en de vroege zomer is het hoofdzakelijk groen en wit, met roze langs de rand. Vanaf de late zomer wordt de paarsroze kleur geleidelijk sterker. De precieze kleurintensiteit kan variëren met de standplaats, het weer en het ontwikkelingsstadium van het blad. Na de herfstverkleuring valt het blad af en komen de rode jonge twijgen duidelijker in beeld.
Zonder regelmatige snoei wordt Cornus alba 'Miracle' ongeveer 2 meter hoog en ongeveer even breed. Houd daarom voldoende ruimte vrij wanneer de struik los mag uitgroeien. Met een jaarlijkse snoeibeurt kan de plant rond 1 meter hoog en breed worden gehouden. De uiteindelijke afmetingen hangen ook af van de bodem, de beschikbare ruimte en de snoeiwijze.
Snoei de struik aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar, vóór de knoppen uitlopen. De rode kleur is het duidelijkst op jonge twijgen, waardoor regelmatig verjongen het winterbeeld versterkt. De plant kan stevig worden teruggesnoeid om veel nieuwe scheuten te vormen. Wie ook bloemen wil behouden, verwijdert beter jaarlijks slechts een derde van de oudste takken tot bij de basis.
Ja. Deze cultivar groeit zowel in de zon als in de halfschaduw. Voor een krachtige groei is een vruchtbare bodem belangrijker dan volle zon. Op een lichtere standplaats komt de bonte bladtekening doorgaans duidelijk tot uiting. Zorg in de eerste jaren voor voldoende water tijdens droge perioden, maar vermijd een bodem die langdurig verzadigd blijft.
Een vochthoudende bodem wordt doorgaans goed verdragen, maar de grond moet voldoende doorlatend blijven. Een standplaats waar langdurig water rond de wortels blijft staan, is minder geschikt. Op zware kleigrond kan het daarom nuttig zijn de bodemstructuur vóór het planten te verbeteren. Geef na aanplant regelmatig water tot de struik goed is ingeworteld, vooral tijdens droge perioden.