- Alle producten
- Sierplanten
- Bijenplanten
- CERCIS SILIQUASTRUM
- Bijenplanten
Bloei op takken en stam
De judasboom (Cercis siliquastrum) valt vooral op door zijn vroege bloei. In april en mei verschijnen compacte bundels paarsroze bloemen op het kale, oude hout en soms rechtstreeks op de stam. Pas daarna ontwikkelen zich de ronde tot niervormige, groene bladeren.
Na de bloei ontstaan platte, bruine peulen die vaak tot in de winter aan de boom blijven. De kroon groeit breed, rond en onregelmatig. Oudere exemplaren krijgen daardoor een uitgesproken grillig silhouet. De boom bereikt in de tuin doorgaans een hoogte van ongeveer 6 tot 10 meter, afhankelijk van standplaats en groeiomstandigheden.
Standplaats in België
Cercis siliquastrum groeit het best in volle zon, op een warme plek die beschut ligt tegen koude wind. Vooral jonge planten kunnen vorstschade oplopen. Een zuidgerichte muur of een beschutte stadstuin biedt gunstigere omstandigheden dan een open, koude locatie.
De bodem moet goed doorlatend zijn. Kalkhoudende zand- en leemgronden zijn geschikt, terwijl langdurig natte grond en stilstaand water vermeden moeten worden. Een goed ingewortelde judasboom verdraagt droge perioden behoorlijk. Door het grove, diepgaande wortelgestel wordt een gevestigde boom bij voorkeur niet meer verplant.
Op een warme en beschutte standplaats kan Cercis siliquastrum in België goed groeien, maar vooral jonge exemplaren zijn gevoelig voor strenge vorst. Vermijd koude, open plaatsen waar de boom aan oostenwind wordt blootgesteld. Een zuidgerichte muur of een beschutte stadstuin is gunstig. Bescherm de wortelzone van jonge bomen tijdens de eerste winters met een laag organisch materiaal. In koudere streken van het land vraagt deze soort meer aandacht dan de doorgaans winterhardere Cercis canadensis.
De judasboom vormt bloemen op ouder hout, dikke takken en soms rechtstreeks op de stam. Dit verschijnsel heet cauliflorie. De compacte bundels paarsroze bloemen verschijnen vóór of tijdens het uitlopen van het blad, waardoor ze duidelijk zichtbaar zijn. De bloei op kaal hout is een natuurlijk kenmerk van de soort en geen teken van beschadiging. Bij jonge bomen kan het enkele jaren duren voordat deze kenmerkende bloei goed op gang komt.
Cercis siliquastrum groeit doorgaans uit tot een boom van ongeveer 6 tot 10 meter hoog. De kroon wordt breed, rond en onregelmatig vertakt, waardoor ook voldoende ruimte in de breedte nodig is. Voor een kleine tuin is de soort alleen geschikt wanneer er plaats is voor deze brede kroon of wanneer de groei tegen een warme muur wordt geleid. De groeisnelheid is middelmatig en de uiteindelijke afmetingen worden mede bepaald door bodem, beschutting en klimaat.
Ja, een goed ingewortelde judasboom verdraagt droge perioden behoorlijk. De beste resultaten worden behaald op een zonnige, warme bodem die water vlot afvoert. Kalkhoudende zand- en leemgronden zijn doorgaans geschikt. Jonge bomen moeten tijdens langdurige droogte wel regelmatig water krijgen, omdat hun wortelgestel nog onvoldoende ontwikkeld is. Een voortdurend natte bodem is ongunstiger dan tijdelijke droogte; vooral stilstaand wintervocht kan wortelproblemen veroorzaken.
Na de bloei vormt Cercis siliquastrum platte, boonachtige peulen. Ze verkleuren bij het rijpen naar bruin en kunnen gedurende de winter aan de takken blijven hangen. Daardoor blijven ze zichtbaar nadat het blad is afgevallen. De aanwezigheid en hoeveelheid peulen kunnen per jaar verschillen, onder meer door de bloei en de weersomstandigheden. De vruchten zijn in de eerste plaats een sierlijk soortkenmerk en worden niet als eetbaar fruit geteeld.