- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- CENTAUREA MONTANA 'VIOLETTA'
- Vaste planten
Violetpaarse bergkorenbloem
Centaurea montana 'Violetta' onderscheidt zich van de gewone bergkorenbloem door haar uitgesproken violetpaarse bloemhoofdjes. Ze verschijnen vooral van mei tot juli op stevige, opgaande stengels en worden bezocht door bijen en hommels.
Deze bladverliezende vaste plant vormt uitbreidende pollen met grijsgroen, zacht behaard blad. Tijdens de bloei wordt de plant doorgaans 40 tot 50 cm hoog. Door haar natuurlijke groeiwijze komt ze goed tot haar recht in een vasteplantenborder, rotstuin of losse prairiebeplanting. De bloemstengels kunnen ook als snijbloem worden gebruikt.
Standplaats en onderhoud
'Violetta' groeit in de zon tot halfschaduw op een normale, goed doorlatende bodem. Ook een kalkhoudende grond wordt verdragen. Eenmaal ingeworteld kan de plant tijdelijke droogte aan, maar bij langdurige droogte kan het blad vroegtijdig verdorren.
Knip de uitgebloeide stengels na de eerste bloei terug tot bij de basis. Bij voldoende bodemvocht kan dit later in de zomer een beperktere tweede bloei stimuleren. Het bovengrondse deel verdwijnt tijdens de winter en loopt in het voorjaar opnieuw uit.
'Violetta' wordt vooral gekozen om haar violetpaarse bloemhoofdjes. Die kleur is duidelijk donkerder en paarser dan het typische blauw van de gewone bergkorenbloem. De cultivar vormt daarnaast uitbreidende pollen met hetzelfde grijsgroene, zacht behaarde blad dat kenmerkend is voor de soort. Tijdens de bloei bereikt de plant doorgaans een hoogte van ongeveer 40 tot 50 cm.
'Violetta' vormt geleidelijk bredere pollen via ondergrondse uitlopers. Daardoor krijgt de plant na enkele jaren meer ruimte dan bij de aanplant, zonder een hoge plant te worden. Houd hiermee rekening in een kleine border of rotstuin. Wordt de pol te breed, dan kan hij in het voor- of najaar worden gedeeld. De gezonde buitenste delen kunnen vervolgens opnieuw worden aangeplant.
Een tweede, doorgaans beperktere bloei is mogelijk wanneer de uitgebloeide stengels na de hoofdbloei tot bij de basis worden teruggeknipt. Voldoende bodemvocht ondersteunt de vorming van nieuwe scheuten en bloemknoppen. Tijdens een langdurig droge zomer is herbloei minder waarschijnlijk. Terugsnoeien voorkomt bovendien dat verdroogde bloemstengels het jonge blad overschaduwen.
Een goed ingewortelde plant verdraagt tijdelijke droogte, vooral op een doorlatende bodem. Langdurige droogte kan het blad echter vroegtijdig doen verdorren en de bloei verkorten. Geef daarom water tijdens aanhoudende droge perioden, zeker in het eerste groeiseizoen. Een voortdurend natte bodem is evenmin wenselijk; een normale grond waar overtollig water gemakkelijk wegzakt, geeft de meest betrouwbare groei.
Ja. De bloemhoofdjes leveren stuifmeel en worden bezocht door verschillende bestuivende insecten, waaronder bijen en hommels. De belangrijkste bloei valt in de late lente en het begin van de zomer. Door uitgebloeide stengels terug te knippen kan bij gunstige omstandigheden later nog een bescheidener tweede bloei ontstaan, waardoor de voedselperiode voor insecten wordt verlengd.