- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- CARPINUS FANGIANA
- Loofbomen
Uitzonderlijk lange vruchtaren
Carpinus fangiana is vooral herkenbaar aan zijn lange, sierlijk hangende vruchtaren. De vrouwelijke katjes kunnen tot ongeveer 50 cm lang worden en zijn daarmee aanzienlijk groter dan bij andere haagbeuken. De papierachtige schutbladen geven de rijpe vruchtaren een losse, opvallende structuur.
Ook het blad is groter dan bij de meeste andere soorten binnen het geslacht. De dunne, langwerpige bladeren worden ongeveer 6 tot 25 cm lang, hebben een fijn gezaagde rand en een duidelijke nervatuur. Het jonge blad is aanvankelijk behaard.
Groei en uiteindelijke omvang
De soort kan uitgroeien tot een boom, maar komt ook voor als forse meerstammige struik. Na ongeveer tien jaar kan een hoogte van circa 5 meter worden bereikt. De uiteindelijke omvang hangt sterk af van warmte, luchtvochtigheid en bodemomstandigheden. Op een gunstige standplaats kan de plant op langere termijn beduidend groter worden; behandel hem daarom niet als een blijvend kleine tuinboom.
Standplaats en bodem
Een halfschaduwrijke, enigszins beschutte standplaats sluit het best aan bij het natuurlijke groeimilieu. Kies een humusrijke bodem die voldoende vocht vasthoudt maar tegelijk goed afwatert. Een voortdurend droge, arme grond is minder geschikt.
De soort wordt als goed winterhard beschouwd, maar is nog weinig verspreid in Belgische tuinen. Een beschutte standplaats en een gelijkmatige vochtvoorziening tijdens de eerste jaren beperken stress door droge wind en zomerse hitte.
De uitzonderlijk lange vruchtaren vormen het duidelijkste verschil. De vrouwelijke katjes kunnen tot ongeveer 50 cm lang worden, terwijl ook de bladeren groter zijn dan bij de meeste andere haagbeuken. Ze meten ongeveer 6 tot 25 cm en hebben een langwerpige vorm met een fijn gezaagde rand. Daardoor heeft deze soort een grover en exotischer bladbeeld dan de gewone haagbeuk. De vruchtaren zijn het opvallendst bij een volwassen exemplaar dat voldoende licht, vocht en groeiruimte krijgt.
Na ongeveer tien jaar kan Carpinus fangiana een hoogte van circa 5 meter bereiken. De verdere ontwikkeling hangt sterk af van standplaats en klimaat. In warme, vochtige omstandigheden kan de soort uiteindelijk een aanzienlijke boom worden, terwijl de groei op een koelere of drogere plek beperkter blijft. Voorzie daarom voldoende ruimte en beschouw hem niet als een blijvend kleine boom. Door de beperkte teeltervaring in België is een exacte eindhoogte moeilijk vast te leggen.
Carpinus fangiana groeit het best in halfschaduw op een beschutte plaats. Een humusrijke, gelijkmatig vochthoudende bodem sluit goed aan bij zijn natuurlijke groeimilieu, op voorwaarde dat overtollig water voldoende kan wegzakken. Vermijd een voortdurend droge, arme bodem en locaties waar de plant veel uitdrogende wind krijgt. Tijdens de eerste jaren is water geven aangewezen wanneer langdurige droogte optreedt. Een eenmaal goed ingewortelde boom kan tijdelijke schommelingen beter opvangen.
Ja. De soort kan zich zowel als boom als forse meerstammige struik ontwikkelen. De uiteindelijke vorm hangt mede af van het uitgangsmateriaal en de begeleiding tijdens de opkweek. Een exemplaar dat als gewone boom wordt aangeboden, mag niet automatisch als meerstammige productvorm worden beschouwd. Wie specifiek een meerstammige Carpinus fangiana zoekt, kiest daarom best een plant die vanaf jonge leeftijd met meerdere gelijkwaardige stammen is gevormd.
Carpinus fangiana wordt als goed winterhard beschouwd, maar de soort is nog weinig aangeplant in België. Daardoor is er minder langdurige praktijkervaring beschikbaar dan bij de gewone haagbeuk. Plant jonge exemplaren bij voorkeur op een beschutte plek, buiten koude en uitdrogende wind. Een humusrijke bodem met een gelijkmatige vochtvoorziening helpt de plant om goed in te wortelen. Vooral late vorst na een zachte groeistart en uitgesproken zomerdroogte kunnen jonge planten belasten.