- Alle producten
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- CAMPANULA CARPATICA 'KARL FOERSTER'
- Bodembedekkers
Grote bloemen op een lage plant
Campanula carpatica 'Karl Foerster' vormt lage, geleidelijk breder wordende kussens van frisgroen blad. De cultivar onderscheidt zich vooral door zijn relatief grote, wijd geopende bloemen. Ze zijn lavendelblauw tot blauwpaars en verschijnen doorgaans van juni tot augustus.
De plant wordt tijdens de bloei ongeveer 20 tot 30 cm hoog en spreidt zich over circa 30 cm uit. Door deze lage groei is hij bruikbaar in een rotstuin, langs de rand van een border, op een muurtje of tussen stapstenen. Het blad kan tijdens zachte winters gedeeltelijk aanwezig blijven, maar sterft bij strengere vorst grotendeels terug.
Standplaats en bodem
Dit Karpatenklokje groeit goed in de zon of halfschaduw. Kies op warme plaatsen bij voorkeur een standplaats waar de bodem niet volledig uitdroogt en de plant beschut staat tegen de heetste middagzon.
De grond mag licht en kalkhoudend zijn, maar moet voldoende afwateren. Langdurig natte grond verhoogt het risico op wortelrot. Tegelijk verdraagt 'Karl Foerster' aanhoudende zomerdroogte minder goed; een frisse, doorlatende bodem geeft de betrouwbaarste groei en bloei.
Onderhoud
Verwijder verwelkte bloemen om de plant verzorgd te houden en de bloeiperiode zo lang mogelijk te rekken. Controleer jonge scheuten in het voorjaar op slakkenvraat. In potten en planttroggen is een goed drainerend substraat noodzakelijk en moet tijdens droge perioden tijdig water worden gegeven.
Ja, op voorwaarde dat er voldoende wortelruimte en een goed doorlatend substraat aanwezig zijn. De lage, kussenvormende groei past goed tussen stapstenen, in brede voegen en boven op een muurtje. De grond mag daar echter niet volledig uitdrogen. Vooral op een zuidgerichte stenen ondergrond kan de wortelzone in de zomer te warm en te droog worden. Een lichtere standplaats of enige bescherming tegen de heetste middagzon geeft dan een betrouwbaarder resultaat.
Een beperkte bloei kan het gevolg zijn van te veel schaduw, aanhoudende droogte of een langdurig natte bodem. Deze cultivar bloeit het best met voldoende licht en een gelijkmatig frisse, goed doorlatende grond. Ook slakkenvraat aan jonge scheuten kan de ontwikkeling in het voorjaar sterk afremmen. Controleer daarnaast of omliggende planten het lage Karpatenklokje niet overgroeien. Verwijder verwelkte bloemen regelmatig, zodat de plant geen energie hoeft te besteden aan zaadvorming.
Ja. De compacte groei maakt deze cultivar geschikt voor een pot of planttrog, mits overtollig water gemakkelijk kan wegvloeien. Gebruik een luchtig, goed drainerend substraat en vermijd een onderschotel waarin langdurig water blijft staan. Potgrond droogt sneller uit dan tuingrond, waardoor tijdens warme perioden regelmatige controle nodig is. Laat de wortelkluit niet volledig uitdrogen. Een pot in de zon of lichte halfschaduw geeft doorgaans de beste bloei.
Een zware snoei is niet nodig. Verwijder tijdens de zomer regelmatig de uitgebloeide bloemen om het kussen verzorgd te houden en de bloeiperiode te ondersteunen. Na de hoofdbloei kan de plant licht worden teruggeknipt wanneer hij los of rommelig is geworden. Beschadigd en afgestorven blad mag aan het einde van de winter worden verwijderd. Knip niet diep in het hart van de plant zolang daar nieuwe scheuten zichtbaar zijn.
Het blad is gedeeltelijk wintergroen, maar het winterbeeld hangt af van vorst, bodemvocht en beschutting. Tijdens zachte winters kan een deel van het lage blad aanwezig blijven. Bij strengere vorst sterft het bovengrondse gedeelte grotendeels terug en loopt de plant in het voorjaar opnieuw uit. Een goed doorlatende bodem is in de winter belangrijker dan bescherming tegen koude, omdat langdurig natte grond wortelproblemen kan veroorzaken.