- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- BETULA UTILIS 'DOORENBOS' SPIL
- Loofbomen
De witte Himalayaberk (Betula utilis 'Doorenbos') onderscheidt zich door zijn opvallend witte bast, die in dunne stroken afschilfert. De stam wordt na enkele jaren steeds helderder wit. Roodbruine jonge twijgen zorgen vooral in de winter voor extra contrast.
Als spil heeft deze boom een doorgaande harttak met zijtakken langs de stam. Hij kan verder worden opgekweekt met een centrale stam of geleidelijk worden opgesnoeid, afhankelijk van de gewenste kroonhoogte. De cultivar vormt uiteindelijk een breed eironde, halfopen kroon en bereikt doorgaans 10 tot 15 meter hoogte. Voor een kleine tuin is hij alleen geschikt wanneer voldoende ruimte voor de kroon beschikbaar blijft.
Het grof getande blad is glanzend groen en verkleurt in de herfst goudgeel. In april verschijnen geelgroene katjes. De witte stam blijft echter het meest bepalende sierkenmerk, vooral nadat het blad is afgevallen.
'Doorenbos' groeit goed in zon tot lichte halfschaduw. Een losse, goed doorlatende bodem heeft de voorkeur. Langdurig natte of sterk verdichte grond wordt minder goed verdragen. Door het oppervlakkige wortelgestel is voorzichtigheid nodig met verharding en grondbewerkingen onder de kroon. De boom is goed winterhard in België en verdraagt wind, maar aanhoudende droogte en sterke hitte zijn minder gunstig.
Een spil is een jonge boom met een doorgaande harttak en zijtakken langs de stam. De kroon is nog niet op een vaste hoogte gevormd zoals bij een afgewerkte hoogstam. Daardoor kan de boom na aanplant verder worden begeleid volgens de gewenste toepassing. Wie een vrije, laag vertakte boom wil, kan een deel van de zijtakken behouden. Voor een hogere kroon worden de onderste takken geleidelijk verwijderd. Snoei niet te veel takken tegelijk weg, zodat stam en kroon zich evenwichtig blijven ontwikkelen.
De bast wordt niet vanaf het eerste groeijaar overal zuiver wit. Jonge delen zijn aanvankelijk bruiner en verkleuren naarmate de stam en takken ouder worden. Na enkele jaren ontstaat de kenmerkende roomwitte tot helderwitte bast, die in dunne stroken afschilfert. De exacte snelheid waarmee de stam wit wordt, hangt samen met de leeftijd en ontwikkeling van de boom. De witte bast wordt het duidelijkst zichtbaar op een open standplaats en valt vooral tijdens de bladloze winterperiode op.
Een ruime, open boomspiegel verdient de voorkeur. Deze berk vormt veel fijne wortels in de bovenste bodemlaag en verdraagt sterke bodemverdichting of volledig gesloten verharding daarom minder goed. Bestrating dicht tegen de stam beperkt de beschikbaarheid van lucht en water en kan op termijn ook door wortelgroei worden opgedrukt. Plant de boom bij voorkeur in een voldoende groot plantvak met doorlatende grond. Vermijd diepe grondbewerkingen onder de kroon, omdat daarbij gemakkelijk oppervlakkige wortels worden beschadigd.
Deze cultivar vraagt geen voortdurend natte bodem, maar is evenmin de beste keuze voor een uitgesproken hete en droge standplaats. Een losse, goed doorlatende grond die niet langdurig uitdroogt geeft de meest evenwichtige groei. Vooral jonge bomen hebben tijdens droge perioden extra water nodig om goed te kunnen inwortelen. Op zeer droge zandgrond kan de groei terugvallen en kan het blad vroegtijdig verkleuren. Een organische mulchlaag helpt om vocht vast te houden, maar mag niet tegen de stam worden opgehoopt.
Snoei deze berk alleen wanneer vormcorrectie of het geleidelijk opkronen van de spil nodig is. Vermijd snoei in de late winter en het vroege voorjaar, omdat berken dan sterk kunnen bloeden door de hoge sapdruk. Corrigerende snoei gebeurt bij voorkeur in de nazomer of vroege herfst. Verwijder eerst beschadigde, kruisende of ongewenst laag geplaatste takken en behoud de doorgaande harttak. Grote snoeiwonden worden beter vermeden; een regelmatige, beperkte vormsnoei bij jonge bomen geeft een beter resultaat.