- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- BAPTISIA AUSTRALIS 'STARLITE PRÄRIEBLUES'
- Vaste planten
Indigolupine Baptisia 'Starlite Prairieblues' bloeit doorgaans vanaf eind mei tot in juni. De lange aren dragen zachtblauwe vlinderbloemen met een roomwitte tot lichtgele vlek aan de basis. Donker lavendelkleurige bloemknoppen versterken het kleurcontrast.
De plant vormt geleidelijk een stevige, bossige pol van ongeveer 90 tot 120 cm hoog en kan tot circa 120 cm breed worden. Het groene tot blauwgroene blad bestaat uit drie deelblaadjes en blijft ook na de bloei verzorgd ogen. Later ontstaan groene peulen die bij het rijpen donker verkleuren. Het bovengrondse deel sterft in de winter af.
Deze vaste plant groeit het best in de volle zon, op een goed doorlatende bodem zonder langdurige winterse nattigheid. Na de aanplant heeft hij tijd nodig om een diep wortelstelsel te ontwikkelen. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt hij droge zomerperiodes behoorlijk goed.
Kies de standplaats zorgvuldig en geef de pol voldoende ruimte. Door de diepe wortels laat een ouder exemplaar zich moeilijk verplanten. Snoei de afgestorven stengels aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar terug.
Voorzie ongeveer 1 tot 1,2 meter ruimte voor een volwassen plant. Jonge exemplaren blijven aanvankelijk smaller, maar ontwikkelen na enkele jaren een brede, bossige pol. Zet naburige vaste planten daarom niet te dicht tegen de kroon. De plant breidt zich niet agressief uit via uitlopers, maar heeft door zijn uiteindelijke omvang vooral een plaats in het midden of achteraan in een zonnige border nodig.
Verplanten is mogelijk bij een jong exemplaar, maar wordt moeilijker naarmate de plant ouder wordt. Baptisia ontwikkelt een diep en stevig wortelstelsel dat bij het uitgraven gemakkelijk beschadigd raakt. Kies daarom bij de aanplant meteen een definitieve plaats met voldoende ruimte. Is verplaatsen toch noodzakelijk, doe dit dan bij voorkeur tijdens de rustperiode en graaf een zo groot mogelijke wortelkluit uit.
Baptisia investeert tijdens de eerste jaren veel energie in de ontwikkeling van zijn diepe wortelstelsel. Daardoor kan een jonge plant aanvankelijk beperkt groeien en bloeien. Op een zonnige standplaats met een goed doorlatende bodem neemt de bloeirijkheid doorgaans toe naarmate de pol zich vestigt. Overmatige bemesting is niet nodig en kan vooral veel zachte bladgroei veroorzaken zonder de bloei evenredig te verbeteren.
Ja, maar vooral nadat de plant goed is ingeworteld. Tijdens het eerste groeiseizoen moet de bodem gelijkmatig licht vochtig blijven, zonder langdurig nat te worden. Een gevestigd exemplaar kan dankzij zijn diepe wortels langere droge periodes overbruggen. Op zeer droge zandgrond blijft water geven tijdens aanhoudende zomerdroogte nuttig. Een natte, slecht doorlatende bodem is minder geschikt, vooral tijdens de winter.
Nee. Het blad en de stengels sterven in het najaar af. De rijpende peulen verkleuren donker en kunnen tijdelijk voor structuur zorgen, maar het bovengrondse deel blijft niet wintergroen. De afgestorven stengels mogen gedurende de winter blijven staan en worden aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar tot dicht bij de grond teruggesnoeid. Daarna loopt de plant opnieuw vanuit de basis uit.