- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- BAPTISIA AUSTRALIS 'ALBA'
- Vaste planten
Witte bloemtrossen boven blauwgroen blad
Baptisia australis 'Alba' is een opgaande vaste plant met witte vlinderbloemen in lange trossen. De bloei valt doorgaans in mei en juni. Het blauwgroene blad vormt een rustig contrast met de witte bloemen. Een volwassen plant bereikt ongeveer 90 tot 120 cm hoogte.
Standplaats en bodem
Deze cultivar groeit het stevigst en bloeit het rijkst op een zonnige standplaats. Een goed doorlatende, matig voedselrijke bodem is belangrijk. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, verhoogt het risico op wortelproblemen.
Na de vestigingsperiode verdraagt de plant droge perioden vrij goed. Jonge planten moeten tijdens langdurig droog weer wel tijdig water krijgen. Door de diepe beworteling laat een ouder exemplaar zich moeilijk verplanten; kies daarom meteen een blijvende standplaats.
Onderhoud
De bovengrondse delen sterven in de winter af. De verdroogde stengels kunnen tot het voorjaar blijven staan en worden dan laag teruggeknipt. Op een te rijke of sterk bemeste bodem kunnen de stengels langer en minder stevig worden.
Alleen wanneer de kleigrond voldoende afwatert. Deze diep wortelende vaste plant verdraagt geen bodem waarin tijdens de winter langdurig water blijft staan. Verbeter compacte klei vóór het planten met materiaal dat de bodemstructuur luchtiger maakt en kies geen laaggelegen plaats waar regenwater samenkomt. Op blijvend natte grond kunnen de wortels beschadigd raken. Een zonnige plek met doorlatende zandleem of verbeterde leemgrond biedt doorgaans betere omstandigheden.
Baptisia ontwikkelt een diep en krachtig wortelstelsel. Zodra de plant goed gevestigd is, kan dat bij het uitgraven moeilijk volledig behouden blijven. Verplanten geeft daardoor meer kans op wortelschade en een trage hergroei. Kies bij de aanplant meteen een plaats waar de plant meerdere jaren kan blijven staan. Houd daarbij rekening met een uiteindelijke hoogte van ongeveer 90 tot 120 cm en voldoende ruimte voor de ontwikkeling van een brede pol.
Een goed ingewortelde plant verdraagt tijdelijke droogte vrij goed dankzij de diepe beworteling. Tijdens het eerste groeiseizoen is die droogtetolerantie nog beperkt en moet de grond bij aanhoudend droog weer gecontroleerd worden. Geef liever grondig water met langere tussenpozen dan dagelijks een kleine hoeveelheid. Ook oudere planten kunnen op zeer droge zandgrond tijdens een langdurige droogteperiode extra water nodig hebben. Een natte bodem vormt voor deze cultivar doorgaans een groter risico dan tijdelijke droogte.
Op een zonnige plaats en in een matig voedselrijke bodem blijven de stengels doorgaans voldoende stevig. In halfschaduw of op sterk bemeste grond kunnen ze langer en losser groeien, waardoor ondersteuning soms nuttig wordt. Vermijd daarom overmatige bemesting en geef de plant voldoende licht. Een open, zeer winderige standplaats kan jonge planten eveneens doen overhellen. Wanneer steun nodig is, wordt die het best vroeg in het groeiseizoen geplaatst, voordat de bloemstengels volledig ontwikkeld zijn.
Knip de afgestorven stengels bij voorkeur aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar laag terug, voordat de nieuwe scheuten verschijnen. De bovengrondse delen sterven in de winter af, maar kunnen tot het voorjaar blijven staan. Daardoor blijft de standplaats herkenbaar en bieden de droge stengels nog enige structuur. Snoei tijdens het groeiseizoen is doorgaans niet nodig. Vermijd werkzaamheden dicht bij de kroon zodra de jonge, broze scheuten uit de grond komen.