- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- ASPARAGUS OFFICINALIS
- Vaste planten
Meerjarige groente voor witte of groene asperges
Asperge (Asparagus officinalis) wordt geteeld voor de jonge scheuten die in het voorjaar vanuit de wortelstok verschijnen. Het verschil tussen witte en groene asperges ontstaat door de teeltwijze. Witte asperges worden onder een opgehoogde grondrug gestoken voordat ze licht krijgen. Groene asperges groeien bovengronds en kleuren onder invloed van het zonlicht.
Na de oogstperiode moeten voldoende scheuten doorgroeien. Ze vormen sterk vertakte, groene stengels die ongeveer 1,5 tot 2 meter hoog kunnen worden. Dit aspergeloof vult de reserves in de vlezige wortels opnieuw aan. In het najaar vergeelt het loof en sterft het bovengronds af, terwijl de ondergrondse delen overwinteren.
Standplaats en bodem
Voor een productieve teelt is een zonnige standplaats met een diepe, losse en goed doorlatende bodem aangewezen. Vooral voor witte asperges is een lichte grond praktisch, omdat daarin gemakkelijker teeltbedden kunnen worden aangelegd en de scheuten rechter groeien. Blijvend natte of sterk verdichte grond is minder geschikt voor het wortelstelsel.
Asperge is een langjarige teelt. Geef de planten eerst voldoende tijd om een krachtig wortelgestel op te bouwen en oogst jonge aanplant niet te zwaar. De traditionele oogst eindigt omstreeks 24 juni. Daarna groeit het loof door, zodat de plant voldoende reserves kan opslaan voor het volgende voorjaar.
Ja. Witte en groene asperges kunnen van dezelfde soort afkomstig zijn; de teeltwijze bepaalt de kleur. Voor witte asperges wordt boven de planten een losse grondrug aangelegd. De scheuten worden geoogst voordat ze boven de grond komen en blijven daardoor bleek. Groene asperges mogen bovengronds uitgroeien en vormen onder invloed van het licht bladgroen. Voor een kleinschalige tuin is de groene teelt eenvoudiger, omdat er geen hoge teeltrug nodig is en de scheuten boven de grond zichtbaar geoogst kunnen worden.
Laat een pas geplante asperge eerst een sterk wortelstelsel vormen. Tijdens het eerste groeiseizoen worden de scheuten daarom niet geoogst. Ook daarna blijft een beperkte oogst verstandig zolang de planten nog niet volledig ontwikkeld zijn. Elke geoogste scheut kan immers geen loof vormen en draagt daardoor niet bij aan de opbouw van nieuwe reserves. Een te vroege of te lange oogst verzwakt de planten en kan de opbrengst in volgende jaren verminderen.
Na omstreeks 24 juni moeten de nieuwe scheuten kunnen doorgroeien tot aspergeloof. Dat groene loof maakt tijdens de zomer voedingsstoffen aan en slaat deze op in de ondergrondse wortels. Met die reserves vormt de plant in het volgende voorjaar nieuwe, stevige scheuten. Wanneer te lang wordt doorgeoogst, blijft er onvoldoende groeikracht over voor het volgende seizoen. Bij jonge of verzwakte planten wordt de oogst nog eerder beëindigd.
Asperge groeit het best in een diepe, losse en goed doorlatende bodem waarin de vlezige wortels zich ongestoord kunnen ontwikkelen. Een lichte zand- of zandleembodem is bijzonder praktisch voor witte asperges, omdat daarin gemakkelijk een losse grondrug kan worden opgebouwd. Vermijd plaatsen waar water langdurig blijft staan of waar de bodem sterk verdicht is. Een aspergebed blijft meerdere jaren in gebruik, waardoor een zorgvuldige bodemvoorbereiding vóór het planten belangrijker is dan latere grondbewerking.
Asperge kan tijdelijk in een ruime pot groeien, maar voor een duurzame en productieve teelt is volle grond duidelijk geschikter. De plant vormt een omvangrijk, diep wortelstelsel en blijft jarenlang op dezelfde plaats staan. In een pot zijn het beschikbare bodemvolume en de vochtvoorraad beperkt, waardoor de plant sneller verzwakt. Wie toch in een kuip teelt, kiest een uitzonderlijk diepe en brede pot met een goede drainage en houdt rekening met een beperktere oogst.