Marokkaanse kamille (Anacyclus pyrethrum var. depressus) vormt lage rozetten van fijn ingesneden, grijsgroen blad. De plant blijft doorgaans ongeveer 10 cm hoog en breidt zich kruipend uit tot een compact tapijt.
Vanaf mei verschijnen witte, madeliefachtige bloemhoofdjes met een wijnrode onderzijde. Bij regenachtig weer en tegen de avond sluiten de bloemen, waardoor vooral die donkere achterzijde zichtbaar wordt. Op een geschikte standplaats kan de bloei tijdens de zomer aanhouden.
Deze vaste plant groeit het best in volle zon en op een schrale, zandige, grindrijke of stenige bodem. Een snelle afvoer van overtollig water is belangrijker dan een voedselrijke grond. Vooral tijdens Belgische winters kan langdurig natte grond uitval veroorzaken.
Door zijn lage groei is Marokkaanse kamille geschikt voor een rotstuin, verhoogd steenpuinbed, trog of droge borderrand. Vermijd zware grond waarin winterneerslag rond de wortels blijft staan. Uitgebloeide bloemhoofdjes mogen worden verwijderd; afgestorven blad wordt in het voorjaar opgeruimd.