- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- AMELANCHIER LAMARCKII
- Bladverliezend
Het Amerikaans krentenboompje (Amelanchier lamarckii) groeit van nature als een grote, breed opgaande struik en kan zich later tot een kleine boom ontwikkelen. Oudere exemplaren krijgen een losse, vaasvormige kroon met horizontaal spreidende takken. De uiteindelijke hoogte bedraagt doorgaans 6 tot 9 meter, met een vergelijkbare breedte wanneer de plant vrij kan uitgroeien.
In het voorjaar loopt het ovale blad bronskleurig uit. Tegelijk verschijnen in april en mei losse trossen met witte, stervormige bloemen. Het blad wordt tijdens de zomer groen en verkleurt in het najaar naar geel, oranje en rood. Na de bladval blijven de fijne vertakking en grijsbruine takken zichtbaar.
In de zomer rijpen kleine, berijpte vruchten van rood naar blauwzwart. Ze zijn eetbaar en smaken rijp zoet en sappig, maar worden ook graag door vogels gegeten. Afgevallen vruchten kunnen vlekken veroorzaken, waardoor een plaats direct naast een terras of lichte bestrating minder geschikt is.
Amelanchier lamarckii groeit het best in de zon tot lichte halfschaduw. Een zonnige standplaats bevordert doorgaans de bloei, vruchtzetting en herfstverkleuring. De soort stelt weinig bijzondere bodemeisen, maar verkiest een humusrijke, voldoende doorlatende grond. Langdurig natte en slecht verluchte bodems worden beter vermeden.
Het wortelgestel is fijn en vrij oppervlakkig. Geef daarom tijdens droge perioden na de aanplant tijdig water, zodat de wortelzone niet volledig uitdroogt. Snoei is doorgaans alleen nodig om kruisende of ongewenste takken te verwijderen. Op een ongunstige standplaats kan meeldauw optreden, wat soms tot vroegtijdige bladverkleuring en bladval leidt.
| Geschikt voor | Daktuin, Meerstammig |
| Standplaats | Zon, Halfschaduw |
| Bloeitijd | Maart, April |
| Groeisnelheid | Middelmatig, Traag |
| Eigenschap | Opvallende herfstverkleuring, Sierlijke vruchten, Verdraagt wind |
| Bloeikleur | Wit |
Amelanchier lamarckii wordt doorgaans 6 tot 9 meter hoog en kan op termijn bijna even breed worden. De plant begint meestal als een breed opgaande, meerstammige struik. Oudere exemplaren ontwikkelen een losse, vaasvormige kroon met meer horizontaal spreidende takken. De beschikbare ruimte en eventuele begeleidingssnoei bepalen mee hoe boomvormig de plant wordt. Voor een kleine tuin is voldoende afstand tot gebouwen en perceelsgrenzen nodig. Wie de natuurlijke vorm wil behouden, voorziet het best ruimte voor een brede kroon.
Ja. De kleine vruchten zijn eetbaar zodra ze blauwzwart en voldoende rijp zijn. Het vruchtvlees is dan sappig en zoet. De vruchten kunnen vers worden gegeten of verwerkt worden, al is de opbrengst per vrucht beperkt. Vogels eten de rijpe vruchten graag en zijn er vaak snel bij. Wie zelf wil oogsten, moet de vruchten daarom regelmatig controleren. Plant het krentenboompje liever niet direct boven lichte bestrating of een terras, want vallende en vertrapte vruchten kunnen vlekken achterlaten.
Ja, lichte halfschaduw wordt doorgaans goed verdragen. In de zon zijn de bloei, vruchtzetting en herfstverkleuring meestal het sterkst. Op een donkerdere standplaats kan de kroon losser worden en blijft de herfstkleur soms minder intens. Vermijd daarnaast een plek waar de bodem langdurig nat blijft of waar nauwelijks luchtcirculatie is. Een humusrijke, doorlatende grond die niet volledig uitdroogt tijdens de eerste jaren geeft de beste uitgangspositie voor een gelijkmatige groei.
Nee, jaarlijkse vormsnoei is meestal niet nodig. Het Amerikaans krentenboompje ontwikkelt van nature een losse, fijn vertakte kroon. Verwijder vooral dode, beschadigde, kruisende of naar binnen groeiende takken. Bij een meerstammig exemplaar kunnen ongewenste grondscheuten worden weggenomen wanneer een opener silhouet gewenst is. Zware snoei verstoort de natuurlijke vorm en veroorzaakt vaak sterke hergroei. Voer noodzakelijke correcties daarom geleidelijk uit en verwijder niet meer takken dan nodig.
Meeldauw kan voorkomen, vooral wanneer de plant door droogte verzwakt is of op een plaats met weinig luchtcirculatie staat. De aantasting verschijnt als een witachtige laag op het blad en kan leiden tot vroegtijdige verkleuring of bladval. Kies een open standplaats en voorkom dat pas aangeplante exemplaren langdurig uitdrogen. Een aantasting is meestal vooral ontsierend en hoeft niet automatisch behandeld te worden. Een passende standplaats en een gelijkmatige watervoorziening tijdens de vestigingsjaren beperken de kans op problemen.