- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- ALNUS INCANA
- Loofbomen
Groei en uiterlijk
De witte of grauwe els (Alnus incana) groeit uit tot een forse boom van doorgaans 12 tot 18 meter hoog. De kroon is compact, halfopen en aanvankelijk eivormig, maar wordt op latere leeftijd onregelmatiger. De soort kan ook van nature een meerstammige boomvorm ontwikkelen.
Het eivormige blad heeft een gezaagde rand en een opvallend grijze, behaarde tot viltige onderzijde. Dit kenmerk onderscheidt de witte els duidelijk van de zwarte els. De stam en jonge twijgen zijn eveneens grijs; bij jonge bomen blijft de schors vrij glad.
De mannelijke en vrouwelijke katjes verschijnen al in februari en maart, vóór of tijdens het uitlopen van het blad. In september rijpen kleine, grijsbruine elzenproppen. Deze blijven vaak gedurende de winter aan de takken hangen.
Standplaats en bodem
Alnus incana groeit in de zon tot halfschaduw en stelt weinig eisen aan de grondsoort. Zowel zand-, leem- als kleigrond komt in aanmerking. De soort verdraagt kalkhoudende bodems beter dan veel andere elzen en kan zowel op vochtige grond als op een tijdelijk drogere standplaats groeien.
Ook tijdelijke hoge waterstanden worden goed verdragen. De witte els is daarom bruikbaar langs oevers en in landschappelijke beplantingen waar het bodemvocht doorheen het jaar wisselt. Op droge grond is voldoende water tijdens de eerste jaren belangrijk om een goede beworteling mogelijk te maken.
De boom is goed winterhard en bestand tegen gewone landwind. Rechtstreekse zeewind wordt minder goed verdragen. Een groeiplaats in gesloten verharding is af te raden, omdat de wortelzone voldoende open bodem nodig heeft.
Toepassing
Door zijn uiteindelijke omvang vraagt deze els voldoende ruimte. Hij is vooral geschikt voor ruime tuinen, landschappelijke beplantingen, brede groenstroken en oeverzones. De combinatie van snelle ontwikkeling, windbestendigheid en tolerantie voor wisselende waterstanden maakt hem bruikbaar op groeiplaatsen waar niet iedere loofboom standhoudt.
| Geschikt voor | Solitaire Boom of Plant, Meerstammig, Hoogstam |
| Standplaats | Zon, Kan op droge grond, Kan tegen tijdelijke hoge waterstand |
| Bloeitijd | Februari, Maart |
| Eigenschap | Diep wortelend, Verdraagt wind |
| Bloeikleur | Geel |
| Groeisnelheid | Snel |
Alnus incana is vooral herkenbaar aan het spits toelopende blad met een grijze, behaarde tot viltige onderzijde. De jonge delen zijn niet kleverig. De zwarte els heeft doorgaans ronder blad, vaak met een ingedeukte top, en jonge bladeren en knoppen kunnen kleverig aanvoelen. De witte els verdraagt relatief droge en kalkhoudende grond beter. De zwarte els wordt vaker gekozen voor blijvend natte, voedselrijke bodems. Beide soorten vormen karakteristieke elzenproppen, maar verschillen duidelijk in blad, groeivorm en bodemvoorkeur.
Ja, de witte els verdraagt drogere grond beter dan de zwarte els, vooral wanneer de bodem voldoende diep en doorwortelbaar is. Een kalkhoudende zand- of leembodem vormt doorgaans geen probleem. Deze tolerantie betekent niet dat een pas geplante boom zonder water kan. Tijdens de eerste jaren moet de wortelkluit bij langdurig droog weer voldoende vochtig blijven. Zodra de boom goed is ingeworteld, kan hij tijdelijke droge periodes beter opvangen. Een langdurig extreem droge of sterk verdichte groeiplaats blijft minder geschikt.
Ja. Alnus incana verdraagt tijdelijke hoge waterstanden en kan daardoor langs waterlopen, in oeverzones en op wisselend vochtige gronden worden aangeplant. De boom combineert deze tolerantie met een beter vermogen om relatief droge grond te verdragen dan veel andere elzen. Een open bodemstructuur blijft belangrijk: langdurig stilstaand water in een volledig verdichte en zuurstofarme bodem is niet hetzelfde als een natuurlijke, periodieke overstroming. Houd bij de aanplant daarom rekening met zowel de waterstand als de bodemstructuur.
Een standplaats in gesloten verharding is niet aangewezen. De witte els ontwikkelt zich beter waar de wortels toegang hebben tot voldoende open, doorwortelbare grond. In een ruime groenstrook of brede plantspiegel kan de soort wel worden gebruikt, op voorwaarde dat het beschikbare bodemvolume past bij een boom die 12 tot 18 meter hoog kan worden. Voor kleine plantvakken tussen bestrating zijn compactere boomsoorten geschikter. Vermijd bovendien sterke bodemverdichting tijdens en na de aanplant.
Doorgaans niet. De witte els kan ongeveer 12 tot 18 meter hoog worden en ontwikkelt een brede, onregelmatige kroon. Hij vraagt daarom voldoende afstand tot gebouwen, perceelsgrenzen en andere grote bomen. In een ruime tuin kan hij als solitaire boom of in een natuurlijk aangeplante zone worden gebruikt. Voor een kleine stadstuin is zijn uiteindelijke omvang meestal te groot. Regelmatig terugsnoeien om de boom kunstmatig klein te houden verstoort de natuurlijke kroon en is geen goede oplossing voor een te beperkte groeiplaats.