- Alle producten
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- AGRIMONIA EUPATORIA
- Vaste planten
Gewone agrimonie (Agrimonia eupatoria) vormt rechtopstaande, behaarde stengels met geveerde bladeren. Van juni tot september verschijnen kleine gele bloemen in lange, smalle aren. Ze openen geleidelijk van onder naar boven en worden bezocht door bijen, zweefvliegen en andere bestuivende insecten.
Na de bloei ontwikkelt de plant kleine vruchten met haakjes. Die blijven gemakkelijk aan kleding en dierenvacht hangen. Dit is de natuurlijke manier waarop de zaden worden verspreid, maar vraagt aandacht langs druk gebruikte paden of op plaatsen waar huisdieren vaak passeren.
Deze vaste plant past vooral in bloemrijke graslanden, bermbeplantingen, natuurlijke borders en zonnige bosranden. Reken op een hoogte van ongeveer 60 tot 120 cm, afhankelijk van bodem en groeiplaats. In de winter sterven de bovengrondse delen af.
Agrimonia eupatoria groeit het best in de zon tot lichte halfschaduw, op een goed doorlatende bodem. De soort verdraagt droge periodes en heeft een voorkeur voor kalkhoudende grond. Een langdurig natte of sterk verdichte bodem is minder geschikt.
Agrimonia eupatoria groeit het best op een goed doorlatende, eerder droge tot matig vochtige bodem. Kalkhoudende leem- en zandgronden zijn bijzonder geschikt. Op zware klei is een goede bodemstructuur belangrijk, omdat langdurig stilstaand water de plant minder goed ligt. Een voedselrijke, sterk bemeste bodem is niet nodig en kan leiden tot een lossere groei. Op zeer arme zandgrond helpt wat organisch materiaal bij de aanplant, maar vermijd een dikke laag rijke compost.
Ja, gewone agrimonie verdraagt lichte halfschaduw. De plant bloeit doorgaans het rijkst en blijft steviger op een zonnige standplaats. In gefilterd licht of aan een zonnige bosrand kan hij eveneens goed groeien. Diepe schaduw is minder geschikt: de stengels kunnen daar langer en slapper worden, terwijl het aantal bloemen afneemt. Combineer halfschaduw daarom bij voorkeur met een voldoende lichte, goed doorlatende bodem.
De vruchten van gewone agrimonie dragen kleine haakjes waarmee ze zich vastzetten aan kleding en dierenvacht. Zo worden de zaden in de natuur over grotere afstanden verspreid. Dit is een normaal kenmerk van de soort. Langs een veelgebruikt pad of dicht bij een hondenloopzone kunnen de vruchtjes hinderlijk zijn. Wie verspreiding wil beperken, kan de uitgebloeide aren verwijderen voordat de vruchten volledig rijp zijn.
Snoei is niet noodzakelijk. De uitgebloeide stengels mogen blijven staan zolang hun natuurlijke winterbeeld gewenst is. Wie uitzaaiing wil beperken of de haakvormige vruchten wil vermijden, knipt de aren na de bloei weg. De afgestorven bovengrondse delen kunnen in het late najaar of aan het einde van de winter tot bij de grond worden verwijderd. De plant loopt vervolgens opnieuw uit vanuit de basis.
Gewone agrimonie is geschikt voor een zonnige, meerjarige bloemenweide op een goed doorlatende en niet te voedselrijke bodem. De soort past vooral in ruigere graslanden, bermen en natuurlijke overgangen, waar de planten voldoende ruimte tussen de grassen krijgen. In een dicht, sterk groeiend gazon kan agrimonie worden verdrongen. Maai een bloemenweide daarom niet tijdens de bloei en voer het maaisel af om de bodem geleidelijk te verschralen.