- Alle producten
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- ACER PALMATUM 'ATROPURPUREUM'
- Bladverliezend
Donker wijnrood blad en een brede groeiwijze
De roodbladige Japanse esdoorn (Acer palmatum 'Atropurpureum') groeit uit tot een grote struik of kleine boom met een brede, dicht vertakte kroon. Oudere exemplaren krijgen vaak licht overhangende takken, waardoor de kroon losser en sierlijker wordt.
Het handvormige blad telt vijf tot zeven lobben en loopt rood tot donker wijnrood uit. De kleur blijft gedurende de zomer overwegend roodpaars, al kan het blad bij sommige klonen purpergroen worden. In de herfst volgt een dieprode verkleuring. De kleine rode bloemen verschijnen doorgaans in mei en vallen minder op dan het blad.
Onder de naam 'Atropurpureum' zijn in de loop der jaren verschillende klonen verspreid. Daardoor kunnen exemplaren onderling enigszins verschillen in bladtint, groeikracht en uiteindelijke afmetingen. Op een geschikte standplaats kan deze Japanse esdoorn op termijn ongeveer 8 tot 10 meter hoog worden, maar de groei blijft sterk afhankelijk van bodem en beschikbare ruimte.
Standplaats en bodem
Een beschutte plaats in de zon of halfschaduw is aangewezen. In halfschaduw blijft het blad doorgaans langer gaaf. Felle middagzon, droge grond en schrale wind kunnen bladverbranding veroorzaken, vooral bij jonge of pas aangeplante exemplaren.
De bodem moet humusrijk, vochthoudend en tegelijk goed doorlatend zijn. Langdurig natte grond is ongunstig, terwijl ook uitdroging tijdens warme zomers vermeden moet worden. Sterk kalkrijke bodems zijn minder geschikt. De boom is goed winterhard in België, maar een beschutte groeiplaats helpt schade aan jong blad door koude wind of late nachtvorst te beperken.
Snoei is meestal niet nodig. Verwijder alleen beschadigde, kruisende of storende takken en vermijd zware snoei, omdat die de natuurlijke kroonvorm verstoort.
De zomerkleur wordt beïnvloed door de standplaats, de weersomstandigheden en de gebruikte kloon. Onder de naam 'Atropurpureum' circuleren meerdere selecties die enigszins verschillen in kleurvastheid. Sommige behouden een uitgesproken wijnrode tint, terwijl andere in de zomer meer purpergroen worden. In diepe schaduw is de rode kleur doorgaans minder intens. Een lichte standplaats zonder brandende middagzon geeft meestal het beste evenwicht tussen een donkere bladkleur en gaaf blad.
Dat kan wanneer de bodem voldoende humusrijk en gelijkmatig vochtig blijft. Op een hete, droge standplaats kunnen de bladranden echter verbranden, vooral bij felle middagzon en schrale wind. Een plek met ochtendzon of lichte halfschaduw is daarom veiliger. Geef jonge en pas aangeplante bomen tijdens langdurige droogte tijdig water. Een organische mulchlaag helpt om de wortelzone koel te houden en sterke schommelingen in het bodemvocht te beperken.
Op een gunstige groeiplaats kan deze Japanse esdoorn uiteindelijk ongeveer 8 tot 10 meter hoog worden. De ontwikkeling verloopt geleidelijk en wordt sterk beïnvloed door bodem, lichtinval en beschikbare wortelruimte. Door de brede kroon vraagt een ouder exemplaar ook voldoende plaats in de breedte. Voor een kleine tuin moet daarom rekening worden gehouden met de volwassen afmetingen; regelmatig terugsnoeien is geen goede manier om deze cultivar blijvend compact te houden.
Sterk kalkrijke grond is minder geschikt. Deze Japanse esdoorn groeit het best in een humusrijke, goed doorlatende bodem die eerder licht zuur tot neutraal reageert. Op kalkrijke grond kan de opname van bepaalde voedingsstoffen verstoord raken, met een zwakkere groei of bleker blad als gevolg. Verbeter een geschikte bestaande bodem met organisch materiaal, maar probeer een uitgesproken kalkrijke grond niet plaatselijk te verzuren in een klein plantgat. In dat geval is een andere standplaats of plantkeuze betrouwbaarder.
Snoei alleen wanneer dit nodig is om beschadigde, kruisende of verkeerd geplaatste takken te verwijderen. Een lichte vormcorrectie gebeurt bij voorkeur wanneer de boom volledig in blad staat, zodat de sapdruk lager is dan aan het einde van de winter. Vermijd zware snoei en grote wonden. Deze cultivar ontwikkelt van nature een brede kroon die bij oudere exemplaren licht gaat overhangen; sterke inkorting verstoort die groeiwijze en kan een onnatuurlijke hergroei veroorzaken.