- Alle producten
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- ACER BUERGERIANUM
- Loofbomen
Blad, herfstkleur en bast
Drietandesdoorn (Acer buergerianum) heeft glanzend donkergroen blad met doorgaans drie naar voren gerichte lobben. In de herfst kan het blad verkleuren van geel en oranje tot dieprood. De intensiteit verschilt per boom en wordt mede bepaald door de standplaats, de bodem en het najaarsweer.
De jonge bast is vrij glad en grijsbruin. Bij oudere bomen schilfert hij plaatselijk in stroken af, waardoor een warm oranje onderbast zichtbaar wordt. De kroon is aanvankelijk vrij smal, maar ontwikkelt zich later tot een eironde of breed eironde, halfopen kroon. In cultuur wordt de boom doorgaans 8 tot 15 meter hoog en vraagt hij op termijn voldoende ruimte.
Standplaats en bodem
Acer buergerianum groeit het best in de zon tot lichte halfschaduw. Een zonnige standplaats bevordert doorgaans de herfstverkleuring. Kies een goed doorlatende, matig voedselrijke bodem, bij voorkeur licht zuur tot neutraal. Langdurig natte of sterk verdichte grond is minder geschikt.
Een goed ingewortelde drietandesdoorn verdraagt droge en warme perioden behoorlijk goed. Tijdens de eerste jaren na aanplant blijft water geven bij langdurige droogte belangrijk. De soort kan ook in een stedelijke omgeving worden toegepast, op voorwaarde dat voldoende doorwortelbare bodem beschikbaar is.
De kleine geelgroene bloemen verschijnen in april en mei, tegelijk met het uitlopende blad. Ze bieden voedsel aan bijen. De boom wordt vooral aangeplant als solitaire tuin- of parkboom en kan zowel als hoogstam als in meerstammige vorm worden gekweekt.
Acer buergerianum wordt in cultuur doorgaans 8 tot 15 meter hoog. De kroon is eerst vrij smal, maar wordt later eirond tot breed eirond. Het is daarom geen blijvend compacte boom voor een kleine stadstuin. Geef hem voldoende afstand tot gevels en perceelsgrenzen, zodat de kroon zich zonder zware correctiesnoei kan ontwikkelen.
De herfstkleur wordt beïnvloed door de standplaats, de bodem en het weer tijdens het najaar. Op een zonnige plaats en een goed doorlatende, licht zure bodem zijn de kleuren doorgaans het krachtigst. Het blad kan geel, oranje of dieprood verkleuren, maar de exacte kleur en intensiteit zijn niet elk jaar of bij ieder exemplaar gelijk.
Ja, een goed ingewortelde drietandesdoorn verdraagt tijdelijke droogte behoorlijk goed. Dat geldt niet onmiddellijk na het planten: jonge bomen hebben tijdens droge perioden extra water nodig om een voldoende diep en breed wortelgestel te vormen. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, want langdurig natte grond is minder geschikt dan een tijdelijk droge standplaats.
De drietandesdoorn kan goed omgaan met warmte, tijdelijke droogte en stedelijke omstandigheden. Ook toepassing nabij verharding is mogelijk. Voor een gezonde ontwikkeling moet wel voldoende open en doorwortelbare bodem aanwezig zijn. Een kleine plantput tussen volledig gesloten verharding biedt onvoldoende ruimte voor de kroon en het wortelgestel van een volwassen boom.
Ja. Bij oudere exemplaren kan de grijsbruine bast in smalle stroken afschilferen, waarna een oranje getinte onderbast zichtbaar wordt. Dit is een kenmerk van de soort en wijst op zichzelf niet op een ziekte. Bij jonge bomen is de stam doorgaans gladder en wordt dit patroon pas duidelijker naarmate de boom ouder wordt.