- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- VINCA MINOR 'MULTIPLEX'
- Bodembedekkers
Gevulde pruimpaarse bloemen
Kleine maagdenpalm (Vinca minor) 'Multiplex' onderscheidt zich door zijn gevulde tot halfgevulde, pruimpaarse bloemen. Ze verschijnen hoofdzakelijk van maart tot mei en hebben vaak een lichter hart. De afwijkende bloemvorm geeft deze cultivar een ander uitzicht dan de doorgaans enkelbloemige kleine maagdenpalm.
Wintergroene bodembedekker
De kruipende stengels wortelen waar ze de grond raken en vormen geleidelijk een dicht tapijt van glanzend groene bladeren. De begroeiing blijft ongeveer 10 tot 20 cm hoog. In normale Belgische winters blijft het blad grotendeels behouden, al kan het na strenge of uitdrogende vorst tijdelijk minder fris ogen.
'Multiplex' groeit in zon, halfschaduw en schaduw. In diepe schaduw is de bloei doorgaans minder rijk. Op een zonnige plaats vraagt de plant een bodem die niet langdurig uitdroogt, zeker tijdens de inworteling. Een humusrijke, doorlatende grond met voldoende voorjaarsvocht geeft de beste ontwikkeling.
Gebruik en begrenzing
Deze cultivar is geschikt als bodembedekker onder struiken, langs paden en in schaduwrijke plantvakken. Eenmaal ingeworteld verdraagt hij tijdelijke droge periodes. De wortelende stengels kunnen zich buiten het voorziene plantvak uitbreiden; overtollige uitlopers kunnen aan het einde van de winter worden teruggesnoeid of verwijderd.
Het belangrijkste verschil is de bloemvorm. 'Multiplex' draagt gevulde tot halfgevulde, pruimpaarse bloemen, terwijl de gewone Vinca minor meestal enkelvoudige bloemen heeft. De lage, kruipende groei en het wintergroene blad zijn vergelijkbaar met die van de soort. Wie vooral een gesloten bodembedekking zoekt, kan beide gebruiken; 'Multiplex' wordt specifiek gekozen om zijn afwijkende voorjaarsbloei.
De plant kan in diepe schaduw groeien, maar maakt daar doorgaans minder bloemen. Voor een betere bloei is lichte schaduw of halfschaduw geschikter. Ook zon is mogelijk wanneer de bodem voldoende vochthoudend is. Onder dicht bebladerde bomen kunnen zowel het beperkte licht als de concurrentie om water de bloei afremmen.
Controleer regelmatig de kruipende stengels aan de rand van het plantvak. Stengels die buiten de gewenste zone wortelen, kunnen worden losgetrokken of afgeknipt. Een grondige correctie gebeurt bij voorkeur aan het einde van de winter, vóór de nieuwe groei begint. Langs kwetsbare vaste planten is een duidelijke begrenzing nuttig, omdat de scheuten zich tussen andere planten kunnen vestigen.
Een gevestigd exemplaar verdraagt tijdelijke zomerdroogte, vooral in halfschaduw. Tijdens het eerste groeiseizoen moet de bodem echter voldoende vochtig blijven om een goed wortelgestel te vormen. Zeer droge zandgrond of een zonnige plaats met langdurig vochttekort is minder geschikt. Een laag organisch materiaal helpt om het bodemvocht gelijkmatiger vast te houden.
In normale Belgische winters blijft het blad grotendeels groen. Na strenge vorst, koude wind of winterse droogte kunnen bladeren beschadigd of bruin worden. De plant herstelt doorgaans vanuit de beschutte stengels wanneer de groei in het voorjaar hervat. Beschadigd blad en oude scheuten mogen aan het einde van de winter beperkt worden teruggeknipt.