- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Vaste planten
- VERBASCUM PHOENICEUM 'FLUSH OF WHITE'
- Vaste planten
Paarse toorts (Verbascum phoeniceum 'Flush of White') vormt frisgroene bladrozetten waaruit slanke, rechtopstaande bloemaren groeien. De zuiver witte bloemen met gele meeldraden verschijnen van mei tot augustus. Met een bloeihoogte van ongeveer 70 cm geeft deze cultivar een verticaal accent zonder sterk te overheersen.
'Flush of White' wordt als vaste plant geteeld, maar is niet altijd langlevend. Een zonnige standplaats en een droge tot matig vochtige, goed doorlatende bodem zijn belangrijk. Op arme grond blijft de groei doorgaans steviger en compacter. Vooral langdurig natte grond tijdens de winter verhoogt de kans op uitval.
De bloemen worden bezocht door bijen en kunnen ook als snijbloem worden gebruikt. Uitgebloeide aren mogen worden weggeknipt om de plant verzorgd te houden en verdere bloei te stimuleren.
'Flush of White' is een vaste plant, maar de levensduur kan per standplaats verschillen. Op een zonnige plek met een arme, goed doorlatende bodem kan de plant meerdere jaren terugkomen. In zware of langdurig natte grond is uitval waarschijnlijker, vooral tijdens de winter. De beperkte levensduur is dus niet noodzakelijk een gevolg van vorst, maar vaak van overtollig bodemvocht. Vermijd daarom laaggelegen plaatsen waar regenwater blijft staan.
De wortels van deze toorts verdragen langdurig natte en zuurstofarme grond slecht. Vooral op zware kleigrond of in een slecht drainerende border kan tijdens de winter wortel- of kroonrot ontstaan. Plant hem daarom op een verhoogde plek of verbeter de afwatering met een minerale bodemstructuur. Extra voeding of vocht vasthoudende compost is niet nodig; een eerder arme bodem past beter bij de natuurlijke groeiwijze van Verbascum.
Ja. Een zonnige, droge zandgrond is geschikt wanneer de bodem niet volledig uitgeput is en jonge planten tijdens het inwortelen voldoende water krijgen. Zodra de wortels ontwikkeld zijn, kan de plant tijdelijke droogte goed verdragen. Op zeer voedselrijke grond worden de bloemstengels gemakkelijker slap. Een schrale, doorlatende bodem levert doorgaans stevigere rozetten en een natuurlijkere groei op.
Uitgebloeide bloemaren mogen tot aan de bladrozet worden teruggeknipt. Dat houdt de plant verzorgd en kan de vorming van nieuwe, kleinere bloeistengels stimuleren. Laat enkele aren staan wanneer spontane uitzaai gewenst is. Zaailingen behouden echter niet noodzakelijk exact dezelfde eigenschappen als de cultivar, zeker wanneer andere toortsen in de omgeving bloeien.
Ja. De slanke aren met witte bloemen en gele meeldraden kunnen als snijbloem worden gebruikt. Snijd een stengel wanneer de onderste bloemen geopend zijn en de hoger geplaatste knoppen nog gesloten blijven. Gebruik bij voorkeur stevige stengels van planten die op een zonnige, niet te voedselrijke bodem groeien. Door niet alle bloemaren tegelijk weg te nemen, blijven er voldoende bloemen beschikbaar voor bijen en andere bestuivende insecten.