- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- TILIA HENRYANA HOOGSTAM
- Loofbomen
Gewimperd blad en late bloei
De gewimperde linde (Tilia henryana) onderscheidt zich door haar breed eironde bladeren met lange, scherp getande bladranden. Het jonge blad loopt brons- tot koperkleurig uit en wordt in de zomer groen. Door de bijzondere bladrand blijft de boom ook na de voorjaarsuitloop goed herkenbaar.
De roomgele, geurende bloemen verschijnen doorgaans in augustus en september, duidelijk later dan bij de meeste andere lindes. Ze leveren in de nazomer nectar aan bijen en andere bestuivende insecten.
Groei en standplaats
Tilia henryana groeit traag en vormt op termijn een brede, afgeronde kroon. Als hoogstam wordt hij toegepast als solitaire boom op een plaats waar de kroon voldoende ruimte krijgt. De uiteindelijke hoogte ligt in Belgische omstandigheden doorgaans binnen 5 tot 15 meter, maar is afhankelijk van bodem, standplaats en ouderdom.
Kies een zonnige tot halfschaduwrijke plek met een voedzame, voldoende vochthoudende maar goed doorlatende bodem. Vermijd zowel langdurig natte grond als een uitgesproken droge standplaats.
Deze Chinese lindesoort is gevoeliger voor strenge vorst dan de lindes die hier algemeen als laanboom worden aangeplant. Vooral jonge bomen staan daarom het best warm en beschut tegen koude oostenwind. Eenmaal goed gevestigd is weinig snoei nodig; beperk snoei tot het begeleiden van de kroon en het verwijderen van beschadigde of verkeerd groeiende takken.
| Suitable for | Specimen tree or plant, Standard tree |
| Location | Sun, Partial shade, Shade |
| Growth rate | Fast, Moderate |
| Characteristic | Fragrant, Wind tolerant, Bee-friendly plant, Fragrant leaves or needles |
| Blooming period | June |
| Flower color | Yellow |
De naam verwijst naar de opvallende bladrand. De bladeren hebben lange, spitse tanden die aan wimpers doen denken en veel nadrukkelijker aanwezig zijn dan bij de meeste andere lindes. Vooral bij jong, bronskleurig blad valt dit kenmerk sterk op. Later in het seizoen wordt het blad groen, maar de karakteristieke rand blijft zichtbaar. Daardoor is Tilia henryana ook buiten de bloeiperiode gemakkelijk van veel andere lindesoorten te onderscheiden.
De gewimperde linde bloeit doorgaans in augustus en september. Dat is opvallend laat in vergelijking met de lindes die in België algemeen worden aangeplant. De kleine, roomgele bloemen zijn geurig en produceren nectar, waardoor ze in de nazomer bezocht worden door bijen en andere bestuivende insecten. Het precieze begin van de bloei kan verschillen naargelang de standplaats, de temperatuur en de ontwikkeling van de boom.
Tilia henryana kan in België worden aangeplant, maar is gevoeliger voor strenge vorst dan bijvoorbeeld de winterlinde of zomerlinde. Vooral jonge bomen en jonge scheuten kunnen schade oplopen tijdens koude winters. Kies daarom een warme, beschutte standplaats, bij voorkeur uit koude oostenwind. Een goed doorlatende bodem helpt eveneens, omdat een natte wortelzone de wintergevoeligheid kan vergroten. Op koude, open locaties is een sterkere lindesoort doorgaans een veiligere keuze.
De gewimperde linde ontwikkelt zich traag tot een middelgrote boom die in Belgische tuinen doorgaans 5 tot 15 meter hoog kan worden. De kroon wordt met de jaren breed en afgerond, zodat ook voldoende zijdelingse ruimte nodig is. De vermelding hoogstam beschrijft de opkweekvorm en niet de uiteindelijke hoogte: bij Calle Plant bevindt de kroonaanzet van een hoogstam zich op ongeveer 2,20 meter. De uiteindelijke afmetingen hangen mee af van bodem, standplaats en ouderdom.
Nee. Door de trage groei vraagt Tilia henryana doorgaans weinig snoei. Bij een jonge hoogstam kan begeleidingssnoei nodig zijn om één doorgaande stam en een evenwichtige kroon te behouden. Verwijder daarnaast beschadigde, kruisende of verkeerd geplaatste takken. Zware snoei is meestal niet wenselijk, omdat die de natuurlijke kroonvorm verstoort. Controleer de kroon geregeld terwijl de boom jong is; kleine correcties zijn eenvoudiger en veroorzaken minder grote snoeiwonden dan ingrepen op latere leeftijd.