- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- TILIA HENRYANA
- Loofbomen
De gewimperde linde (Tilia henryana) onderscheidt zich door haar scherp getande bladeren. De lange, fijne tanden langs de bladrand lijken op wimpers. Het jonge blad loopt roze tot donker bronskleurig uit en is aanvankelijk bedekt met zilverkleurige sterharen. Tijdens de zomer verkleurt het blad naar glanzend donkergroen.
De geelwitte bloemen staan in grote, hangende tuilen en verspreiden een uitgesproken lindengeur. Ze verschijnen laat in de zomer, wanneer de meeste andere lindesoorten uitgebloeid zijn. Daardoor levert deze soort ook later in het seizoen nectar en stuifmeel voor bijen en andere insecten.
In België groeit Tilia henryana doorgaans uit tot een middelgrote boom met een ronde tot breed eivormige, halfopen kroon. Reken op een uiteindelijke hoogte van ongeveer 8 tot 15 meter en voldoende ruimte voor een kroon die meerdere meters breed kan worden.
Standplaats en bodem
Deze Chinese lindesoort vraagt een warme, beschutte standplaats. Vooral jonge bomen kunnen schade oplopen tijdens strenge vorst. Een plek uit koude oostenwind en beschut tegen sterke temperatuurschommelingen verdient daarom de voorkeur.
De bodem mag voedselrijk en diep doorwortelbaar zijn, maar moet overtollig water goed afvoeren. Zowel langdurig natte grond als sterk uitdrogende bodem belemmert een goede ontwikkeling. Geef tijdens droge perioden in de eerste jaren na aanplant tijdig water, zodat de boom een voldoende diep wortelgestel kan vormen.
Ja, maar de standplaats moet zorgvuldig gekozen worden. Tilia henryana is minder winterhard dan de lindesoorten die hier algemeen worden aangeplant. Kies een warme, beschutte plek uit koude oostenwind en vermijd een laaggelegen locatie waar vorstlucht blijft hangen. Vooral jonge bomen zijn gevoelig tijdens strenge winters. Eenmaal goed gevestigd is de boom sterker, maar ook dan blijft een gunstig microklimaat belangrijk. Deze soort is daardoor minder geschikt voor open, koude of sterk aan wind blootgestelde terreinen.
De Nederlandse naam verwijst naar de opvallende bladrand. De zijnerven lopen uit in lange, smalle tanden die als fijne wimpers rond het blad staan. Dit kenmerk is duidelijker ontwikkeld dan bij de meeste andere lindesoorten en maakt de boom gemakkelijk herkenbaar. Ook de jonge bladeren vallen op: ze lopen roze tot bronskleurig uit en dragen aanvankelijk zilverkleurige sterharen. Later in het groeiseizoen wordt het blad glanzend donkergroen, maar de karakteristieke getande rand blijft zichtbaar.
De gewimperde linde bloeit doorgaans in augustus en september, afhankelijk van het weer en de standplaats. Daarmee behoort hij tot de laatst bloeiende lindesoorten. De geelwitte tot crèmegele bloemen staan bijeen in grote, hangende tuilen en verspreiden een duidelijke lindengeur. Door de late bloeiperiode kunnen bijen en andere insecten de bloemen bezoeken nadat veel andere lindes al zijn uitgebloeid. Op een koele of ongunstige standplaats kan de bloei later vallen of minder rijk zijn.
Meestal niet. In Belgische omstandigheden kan Tilia henryana ongeveer 8 tot 15 meter hoog worden en een kroon van meerdere meters breed vormen. De boom heeft daarom voldoende vrije ruimte nodig, zowel boven als rond de kroon. Hij past beter in een ruime tuin, park of groenaanleg dan in een kleine stadstuin. Houd bij de plaatskeuze ook afstand van gevels en andere grote bomen, zodat de kroon zich zonder zware correctiesnoei kan ontwikkelen.
Tilia henryana groeit het best in een voedselrijke, diep doorwortelbare bodem die voldoende vocht vasthoudt maar goed afwatert. Langdurig natte grond verhoogt het risico op wortelproblemen, terwijl een sterk uitdrogende bodem de groei en bladontwikkeling afremt. Verbeter een arme zandgrond bij de aanplant met organisch materiaal en geef tijdens droge perioden water, zeker in de eerste jaren. Een structureel verdichte of volledig verharde groeiplaats is minder geschikt.