- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Zuilvorm
- THUJA OCCIDENTALIS 'DEGROOT'S SPIRE'
- Zuilvorm
Smalle groei met gedraaid loof
Westerse levensboom (Thuja occidentalis) 'Degroot's Spire' groeit traag en vormt een smalle, opgaande tot zuilvormige plant. De gedraaide twijgen met middelgroene loofschubben geven het loof een opvallend fijne en enigszins gekrulde structuur. Het loof blijft ook in de winter aanwezig en is aromatisch wanneer het wordt gekneusd.
Door de beperkte breedte is deze cultivar geschikt als verticale solitair op plaatsen waar een bredere conifeer te veel ruimte zou innemen. De plant blijft compact van vorm, maar kan op termijn wel meerdere meters hoog worden.
Standplaats en verzorging
'Degroot's Spire' groeit het dichtst in de zon, maar verdraagt ook halfschaduw. In diepe schaduw wordt het loof doorgaans losser. Een vochthoudende maar goed doorlatende bodem is het meest geschikt. Langdurig droge grond kan leiden tot bruine loofpunten of een minder gelijkmatige groei.
Kies bij voorkeur een plaats die niet voortdurend aan uitdrogende wind is blootgesteld. Op erg open locaties kan het loof tijdens de winter geelbruin verkleuren. De smalle takken kunnen bovendien uiteenwijken of beschadigd raken onder zware, natte sneeuw of ijs.
Snoei is meestal beperkt tot het corrigeren van uitstekende zijscheuten. Dit gebeurt bij voorkeur in het vroege voorjaar, voordat de nieuwe groei begint.
'Degroot's Spire' groeit traag, maar is geen laagblijvende dwergconifeer. De plant kan na vele jaren meerdere meters hoog worden en valt binnen een verwachte hoogteklasse van ongeveer 3 tot 10 meter. De uiteindelijke afmetingen hangen af van bodem, vochtvoorziening en groeiduur. Kenmerkend is vooral de beperkte breedte: de cultivar blijft veel smaller dan de gewone Thuja occidentalis. Daardoor is hij bruikbaar waar een duidelijke verticale vorm gewenst is zonder meteen een brede kroon te vormen.
Droge zandgrond is niet de beste keuze voor deze cultivar. 'Degroot's Spire' groeit het gelijkmatigst in een vochthoudende, goed doorlatende bodem. Op snel uitdrogende zandgrond kunnen bruine loofpunten en groeivertraging ontstaan, vooral tijdens de eerste jaren na aanplant. Verbeter arme zandgrond met organisch materiaal en breng een mulchlaag aan om sterke uitdroging te beperken. Tijdens langdurige droge periodes blijft extra water nodig. Een permanent natte bodem is evenmin geschikt, omdat de wortels voldoende lucht moeten krijgen.
Ja, de smalle groeiwijze is een natuurlijke eigenschap van 'Degroot's Spire'. Regelmatige vormsnoei is daarom niet nodig. Bij jonge planten kunnen afzonderlijke zijscheuten soms buiten de zuilvorm groeien. Die mogen in het vroege voorjaar voorzichtig worden ingekort om een gelijkmatige omtrek te behouden. Snoei niet verder terug dan het groene loof, want oude, kale delen van een Thuja lopen minder gemakkelijk opnieuw uit. De centrale top blijft het best intact om de opgaande groei niet te verstoren.
Een beperkte geelbruine winterverkleuring kan ontstaan door koude, uitdrogende wind of een tekort aan beschikbaar bodemvocht. Vooral pas geplante exemplaren en planten op open locaties zijn hiervoor gevoelig. Geef bij droog najaarsweer voldoende water voordat de bodem bevriest en vermijd een standplaats met voortdurende oostenwind. Wanneer volledige twijgen afsterven of de verkleuring in het voorjaar verder uitbreidt, kan ook wortelstress of aantasting meespelen. Controleer dan of de bodem niet langdurig droog of juist verzadigd is.
Ja. Natte sneeuw en ijs kunnen zich tussen de opgaande twijgen ophopen, waardoor takken uiteenwijken of breken. Dit risico is groter bij oudere, hogere planten en op plaatsen waar sneeuw lang blijft liggen. Verwijder zware sneeuw voorzichtig voordat ze vastvriest, zonder tegen bevroren takken te slaan. Een beschutte standplaats beperkt ook schade door de combinatie van sneeuw en wind. Controleer na de winter of takken blijvend uit de vorm staan en corrigeer alleen beschadigde of sterk uitstekende scheuten.