- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Varens
- THELYPTERIS PALUSTRIS
- Varens
Lichtgroene varen voor natte grond
Moerasvaren (Thelypteris palustris) vormt losse groepen van lichtgroene, fijn verdeelde bladeren. De plant wordt doorgaans 50 tot 80 cm hoog en breidt zich onder geschikte omstandigheden uit met ondergrondse wortelstokken. Het blad sterft in de winter af.
Standplaats
Deze inheemse varen groeit het best in halfschaduw tot schaduw op een humusrijke, blijvend vochtige tot natte bodem. Hij is geschikt voor vijverranden, wadi’s, moerastuinen en vochtige, natuurlijke beplantingen. Tijdelijk hoge waterstanden worden verdragen, maar de plant is geen diepwaterplant.
Een droge border is minder geschikt. Vooral tijdens de vestiging mag de bodem niet uitdrogen. Zure tot neutrale grond sluit het best aan bij de natuurlijke groeiplaats.
Onderhoud
Het afgestorven blad kan aan het einde van de winter worden verwijderd, voordat de nieuwe bladeren verschijnen. Houd bij de aanplant rekening met de ondergrondse uitbreiding, vooral wanneer de moerasvaren tussen minder groeikrachtige planten staat.
Moerasvaren is geschikt voor een natte oever en verdraagt tijdelijk een hoge waterstand. Het is echter geen plant voor permanent diep water. Plaats de wortelzone bij voorkeur in blijvend vochtige tot natte grond, bijvoorbeeld langs een vijver, in een wadi of in een moerasborder. Een standplaats waar de bodem wisselend nat is, sluit beter aan dan een plantplaats die voortdurend volledig onder water staat.
Dat kan alleen wanneer de grond voldoende vocht vasthoudt. Humusrijke zandgrond, lichte klei en andere vochthoudende bodems zijn bruikbaar zolang ze in de zomer niet langdurig uitdrogen. Op droge, snel drainerende grond ontwikkelt de plant zich minder goed. Een laag bladcompost of organische mulch helpt om het bodemvocht gelijkmatiger te houden, maar vervangt geen geschikte, van nature vochtige standplaats.
Ja. Moerasvaren kan zich via ondergrondse wortelstokken geleidelijk uitbreiden en zo losse groepen vormen. De uitbreiding is het duidelijkst op een blijvend vochtige bodem waar de plant weinig concurrentie ondervindt. Houd daarom voldoende ruimte vrij rond jonge planten. Wanneer de groep buiten de voorziene zone groeit, kunnen delen in het voorjaar worden afgestoken en verplant.
Halfschaduw tot schaduw is de veiligste standplaats, omdat de bodem daar minder snel uitdroogt. Op een lichtere plek kan de plant alleen goed groeien wanneer de grond voortdurend voldoende nat blijft. Een warme, zonnige plaats met droge zomerse bodem is ongeschikt. Langs een open vijverrand is het daarom belangrijk dat het wortelmilieu ook tijdens droge periodes vochtig blijft.
De bladeren sterven in de winter af en kunnen aan het einde van de winter of vroeg in het voorjaar worden weggeknipt. Doe dit voordat de jonge bladeren uit de grond komen, zodat deze niet worden beschadigd. Het oude loof mag tijdens de winter blijven liggen: het beschermt de groeiplaats enigszins en wordt pas verwijderd wanneer de nieuwe groei begint.