- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- TETRADIUM DANIELLII
- Loofbomen
Late bloei voor bijen en andere bestuivers
De bijenboom (Tetradium daniellii) onderscheidt zich vooral door zijn late en nectarrijke bloei. De geurende, crèmewitte bloemen staan in brede pluimen en verschijnen in België doorgaans vanaf juli tot in augustus. Bij koel weer kan de bloei wat later vallen. Op warme, zonnige dagen worden de bloemen druk bezocht door bijen en andere bestuivende insecten.
Na een geslaagde bestuiving kunnen roodachtige tot wijnrode doosvruchten ontstaan. Deze springen bij rijpheid open, waardoor de zwarte zaden zichtbaar worden. Het samengestelde, groene blad vormt een losse kroon en valt in het najaar af.
Groei en standplaats
Tetradium daniellii groeit uit tot een middelgrote boom met een brede, vrij open kroon. Reken op een uiteindelijke hoogte van ongeveer 7 tot 12 meter, afhankelijk van bodem, standplaats en beschikbare ruimte. Door de brede kroon is voldoende afstand tot gebouwen en perceelsgrenzen nodig.
De bijenboom bloeit het rijkst op een zonnige, warme standplaats. Een luchtige, humusrijke en goed doorlatende bodem heeft de voorkeur. Langdurig natte, sterk verdichte grond en een volledig verharde groeiplaats zijn minder geschikt. Op een open, sterk winderige locatie staat de boom minder gunstig dan op een enigszins beschutte plek.
Snoei is doorgaans beperkt tot het verwijderen van dode, beschadigde of slecht geplaatste takken. Door de boom voldoende ruimte te geven, kan de natuurlijke kroon zich ontwikkelen zonder herhaaldelijk zwaar te moeten ingrijpen.
Tetradium daniellii wordt in Belgische tuinen doorgaans ongeveer 7 tot 12 meter hoog. De uiteindelijke afmetingen hangen af van de bodem, de beschikbare wortelruimte en de beschutting van de standplaats. De kroon wordt breed en vrij open, waardoor de boom ook in de breedte voldoende plaats nodig heeft. Voor een kleine stadstuin is hij meestal te groot. In een ruime tuin, park of brede groenstrook kan de kroon zich beter ontwikkelen zonder regelmatig zware snoei nodig te hebben.
De crèmewitte bloemen produceren nectar en verschijnen in de late zomer, wanneer het aanbod van bloeiende bomen beperkter wordt. Daardoor kan Tetradium daniellii tijdens de bloei zeer druk bezocht worden door honingbijen, wilde bijen en andere bestuivende insecten. De activiteit is het grootst bij warm, droog en zonnig weer. Op een schaduwrijke standplaats of tijdens een koele, natte zomer kan de bloei minder rijk zijn en zijn ook minder insecten op de bloemen te zien.
Alleen wanneer er voldoende ruimte beschikbaar blijft voor een middelgrote boom met een brede kroon. Tetradium daniellii wordt meestal te groot voor een smalle stadstuin of een plek dicht bij de woning. Houd ook rekening met de afstand tot perceelsgrenzen, verharding en ondergrondse leidingen. Regelmatig sterk terugsnoeien om de boom kunstmatig klein te houden, verstoort de natuurlijke kroonvorm. Voor een beperkte ruimte is een kleiner blijvende bijenplant doorgaans een geschiktere keuze.
De bijenboom groeit het best in een luchtige, humusrijke en goed doorlatende bodem die tijdens het groeiseizoen niet langdurig uitdroogt. Verdichte grond en een volledig verharde groeiplaats beperken de ontwikkeling van het wortelgestel. Ook langdurig natte grond is ongunstig. Geef pas aangeplante bomen tijdens droge perioden voldoende water, zodat de volledige wortelkluit vochtig wordt. Zodra de boom goed is ingeworteld, kan hij korte droge perioden beter opvangen.
Nee. Bij voldoende groeiruimte vraagt Tetradium daniellii weinig snoei. Bij jonge bomen kan een beperkte begeleidingssnoei helpen om een evenwichtige kroon op te bouwen. Later volstaat het meestal om dode, beschadigde, kruisende of ongunstig geplaatste takken te verwijderen. Vermijd jaarlijks zwaar terugsnoeien: dit veroorzaakt sterke hergroei en doet afbreuk aan de natuurlijke, open kroonvorm. Grote snoeiwonden worden bij voorkeur voorkomen door ongewenste takken al op jonge leeftijd weg te nemen.