- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Naaldbomen
- TAXODIUM DISTICHUM
- Naaldbomen
Bladverliezende naaldboom voor vochtige grond
De moerascipres (Taxodium distichum) combineert een luchtige kroon met zacht, frisgroen naaldloof. In de herfst verkleurt het loof geelbruin, koperkleurig tot roestbruin voordat het afvalt. De roodbruine, vezelige schors wordt bij oudere bomen steeds nadrukkelijker zichtbaar.
Jonge bomen ontwikkelen doorgaans een smal piramidale kroon. Op latere leeftijd wordt de kroon breder en kan de boom in België uiteindelijk meer dan 20 meter hoog worden. Door deze omvang is voldoende ruimte nodig; de soort komt het best tot zijn recht als solitaire boom in een park, grote tuin of landschappelijke beplanting.
Standplaats en bodem
Taxodium distichum groeit goed in de zon en verdraagt vochtige tot natte grond. Ook periodieke overstroming vormt doorgaans geen probleem. Daardoor is de boom bruikbaar langs vijvers, in oeverzones en op laaggelegen terreinen waar veel andere boomsoorten last krijgen van zuurstofgebrek aan de wortels.
Op langdurig natte, zuurstofarme grond kunnen oudere exemplaren opvallende wortelknieën boven het maaiveld vormen. Op gewone, voldoende vochthoudende tuingrond ontstaan deze veel minder vaak. Vermijd bij voorkeur een sterk kalkrijke bodem, omdat de groei daar kan terugvallen en het loof bleker kan worden.
Ja. De moerascipres is een bladverliezende naaldboom. Het zachte, frisgroene loof verkleurt in de herfst naar geelbruin, koperkleurig en roestbruin en valt daarna af. Een kale kroon in de winter is dus normaal en wijst niet op vorstschade of uitdroging. Tijdens de winter komen de fijne vertakking en de roodbruine, vezelige schors duidelijker in beeld. In het voorjaar loopt de boom opnieuw uit.
Ja. Taxodium distichum verdraagt tijdelijke overstroming en langdurig vocht beter dan de meeste bomen. De soort is daarom geschikt voor oevers, wadi’s en laaggelegen terreinen met een wisselende waterstand. Een permanent natte standplaats is echter niet noodzakelijk: de boom groeit ook op gewone, vochthoudende grond. Vooral jonge bomen mogen na aanplant niet uitdrogen, omdat hun wortelstelsel nog onvoldoende ontwikkeld is.
De kenmerkende wortelknieën ontstaan vooral bij oudere bomen op langdurig natte en zuurstofarme grond. Het zijn opwaarts groeiende delen van het wortelstelsel die rondom de stam boven de bodem of het water kunnen uitsteken. Op normale, goed doorluchte tuingrond worden ze veel minder vaak gevormd. Houd hiermee rekening langs paden of gazons, want ontwikkelde wortelknieën kunnen plaatselijk boven het maaiveld uitkomen.
Een moerascipres kan in België op lange termijn meer dan 20 meter hoog worden. Jonge bomen groeien overwegend smal piramidaal, maar de kroon wordt bij het ouder worden breder en soms wat onregelmatiger. De uiteindelijke omvang hangt mee af van bodemvocht, beschikbare wortelruimte en standplaats. Door zijn formaat is de soort vooral geschikt voor parken, landschappelijke beplantingen en grote tuinen, niet voor een kleine stadstuin.
Een sterk kalkrijke bodem is niet de beste keuze voor Taxodium distichum. Op zo’n standplaats kan de groei vertragen en kan het loof bleker worden. De boom ontwikkelt zich betrouwbaarder op een zure tot neutrale, vochtige bodem. Zowel zand-, leem- als kleigrond kan geschikt zijn wanneer de grond voldoende vocht vasthoudt en niet uitgesproken kalkrijk is.