- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- STYPHNOLOBIUM JAPONICUM HOOGSTAM
- Loofbomen
De honingboom (Styphnolobium japonicum) vormt op hoogstam een brede, aanvankelijk rond tot eivormig opgebouwde kroon. De geveerde bladeren geven de boom een luchtig karakter. In de herfst verkleurt het blad geel voordat het afvalt.
De roomwitte bloemen verschijnen in juli en augustus, een periode waarin relatief weinig grote bomen bloeien. Ze staan in losse pluimen en leveren veel nectar. Jonge bomen bloeien doorgaans nog niet; de eerste rijke bloei volgt pas wanneer de boom voldoende ontwikkeld is. Na de bloei kunnen ingesnoerde, peulachtige vruchten ontstaan.
Een volwassen honingboom kan ongeveer 15 tot 20 meter hoog worden en ontwikkelt ook een brede kroon. Deze hoogstam is daardoor vooral geschikt als solitaire boom in een ruime tuin, park of brede groenstrook. De vrije stamhoogte bedraagt bij Calle Plant 2,20 meter.
Kies een zonnige, warme standplaats met een diepe en goed doorlatende bodem. Een gevestigde boom verdraagt droge perioden en stedelijke omstandigheden redelijk goed, maar langdurig natte grond is ongeschikt. Op open, sterk winderige plaatsen kan de brede kroon kwetsbaarder zijn.
Snoei is hoofdzakelijk nodig om tijdens de jeugdfase een evenwichtige kroon op te bouwen. Verwijder later alleen dode, kruisende of slecht geplaatste takken. Houd bij de aanplant voldoende afstand tot gebouwen en perceelsgrenzen, zodat de kroon zich zonder zware correcties kan ontwikkelen.
| Suitable for | Specimen tree or plant, Standard tree |
| Location | Sun, Partial shade, Suitable for dry soil |
| Blooming period | July, August, September |
| Flower color | White |
| Growth rate | Fast |
| Shape | Irregular growth |
| Characteristic | Bee-friendly plant |
Een honingboom bloeit meestal pas wanneer hij voldoende ouder en goed ontwikkeld is. Bij jonge, pas aangeplante hoogstammen kan de bloei daarom meerdere jaren uitblijven. De roomwitte bloempluimen verschijnen doorgaans in juli en augustus. Een zonnige, warme standplaats bevordert de ontwikkeling van bloemknoppen. Ook de conditie van de boom speelt een rol: droogtestress kort na de aanplant, wortelschade of een te natte bodem kan de groei vertragen en daarmee ook het begin van de bloei uitstellen.
Voorzie voldoende ruimte voor een boom die ongeveer 15 tot 20 meter hoog kan worden en op termijn een brede kroon vormt. Plant hem daarom niet vlak bij een gevel, perceelsgrens of kleine binnenplaats. De uiteindelijke afmetingen hangen af van bodem, klimaat en beschikbare wortelruimte. Op een ruime standplaats kan de natuurlijke kroon behouden blijven en is weinig correctiesnoei nodig. Voor een kleine tuin is de soort doorgaans te omvangrijk; daar is een kleiner blijvende boom of cultivar praktischer.
Een goed ingewortelde honingboom verdraagt tijdelijke droogte redelijk goed, vooral op een diepe bodem waarin de wortels zich vrij kunnen ontwikkelen. Tijdens de eerste jaren na de aanplant blijft regelmatig en ruim water geven noodzakelijk bij droog weer. De bodem moet water kunnen vasthouden zonder langdurig nat te blijven. Op zeer droge, verdichte zandgrond kan de groei achterblijven. Een mulchlaag helpt om verdamping te beperken, maar houd de stamvoet vrij om vochtproblemen rond de bast te vermijden.
De honingboom verdraagt normale wind, maar is niet de eerste keuze voor een volledig open of sterk aan wind blootgestelde locatie. De brede kroon en takstructuur kunnen bij zware windbelasting kwetsbaarder zijn. Kies bij voorkeur een zonnige plaats waar de boom voldoende lucht en ruimte krijgt zonder voortdurend harde wind te vangen. Een jonge hoogstam wordt na de aanplant met geschikte boompalen verankerd. Zodra de wortels voldoende houvast bieden, moet die steun tijdig verwijderd worden.
Snoei vooral tijdens de jeugdfase om een evenwichtige kroon met goed verdeelde gesteltakken op te bouwen. Verwijder concurrerende topscheuten, kruisende takken en beschadigd hout voordat dikke snoeiwonden ontstaan. Een volwassen honingboom heeft doorgaans weinig snoei nodig. Zware kroonverkleining wordt beter vermeden, omdat dit de natuurlijke vorm aantast en grote wonden veroorzaakt. Controleer de kroon periodiek en laat ingrepen aan zware takken uitvoeren door iemand met ervaring in boomverzorging.