- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- STIPA CALAMAGROSTIS (ACHNATHERUM)
- Siergrassen
Diamantgras (Achnatherum calamagrostis, ook bekend als Stipa calamagrostis) groeit polvormend en draagt vanaf de zomer losse, zilverachtige bloempluimen boven het smalle blad. De pluimen verkleuren geleidelijk naar geelbruin en blijven vaak tot in de winter structuur geven. Tijdens de bloei bereikt de plant doorgaans ongeveer 1 tot 1,5 meter.
Dit siergras groeit het stevigst in de zon. Een goed doorlatende bodem is belangrijk, vooral tijdens de winter. Een gewone tot eerder droge grond is geschikt, maar op zware bodem waar langdurig water blijft staan, kan de plant wegvallen. Eenmaal goed ingeworteld verdraagt diamantgras tijdelijke droogte.
De plant vormt een geleidelijk breder wordende pol en verspreidt zich niet met lange ondergrondse uitlopers. Daardoor blijft hij bruikbaar als solitair siergras of in kleine groepen tussen droogteminnende vaste planten. Laat de verdroogde halmen tijdens de winter staan en knip de volledige pol in het vroege voorjaar terug voordat de nieuwe groei begint.
Ja. Beide botanische namen worden voor hetzelfde siergras gebruikt. Achnatherum calamagrostis is de naam die in recente indelingen doorgaans wordt gevolgd, terwijl Stipa calamagrostis nog veel voorkomt in kwekerijen en tuinen. De Nederlandse naam diamantgras verwijst naar de zilverachtige glans van de jonge bloempluimen.
Ja, mits de plant na het aanplanten voldoende water krijgt om goed in te wortelen. Gevestigd diamantgras verdraagt droge perioden behoorlijk goed. Op extreem arme zandgrond kan de groei beperkter blijven. Een kleine hoeveelheid compost bij de aanplant kan daar helpen, maar maak de bodem niet te voedselrijk: dan kunnen de halmen slapper worden.
Nee. Diamantgras groeit als een pol en maakt geen lange ondergrondse uitlopers. De pol wordt met de jaren geleidelijk breder, maar de plant gedraagt zich niet zoals woekerende grassen. Wanneer een oud exemplaar te breed wordt of minder krachtig groeit, kan de pol in het voorjaar worden gedeeld.
Knip de verdroogde halmen in het vroege voorjaar terug, vlak voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Het oude loof kan tijdens de winter blijven staan: het beschermt het hart van de plant enigszins en behoudt zijn structuur. Knip niet in de herfst, zeker niet op een natte standplaats, omdat water dan gemakkelijker in de afgesneden pol kan blijven staan.
Dat kan in een ruime, stabiele pot met voldoende afwateringsgaten. Gebruik een doorlatend substraat en laat geen water in een onderschotel staan. Een potkluit droogt sneller uit dan volle grond, zodat tijdens warme perioden regelmatige controle nodig blijft. In de winter is vooral bescherming tegen langdurige nattigheid belangrijk; een pot maakt de wortels bovendien gevoeliger voor strenge vorst.