- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- SPOROBOLUS HETEROLEPIS 'WISCONSIN STRAIN'
- Siergrassen
Prairiedropzaad (Sporobolus heterolepis 'Wisconsin Strain') vormt een compacte, dichte pol van zeer fijn en soepel overhangend blad. De bladpol blijft doorgaans 30 tot 40 cm hoog. Tijdens de zomer verschijnen luchtige bloempluimen die de totale hoogte op ongeveer 70 tot 80 cm brengen. De roodbruine pluimen kunnen bij warm weer een lichte kruidige geur verspreiden.
In het najaar verkleurt het groene blad naar oranje, koper en brons. Het afgestorven loof en de fijne bloeistengels blijven ook tijdens de winter structuur geven. Knip de pol pas aan het einde van de winter terug, voordat de nieuwe groei begint.
Deze cultivar groeit het best in de volle zon en in goed doorlatende grond. Eenmaal voldoende ingeworteld verdraagt hij droge zomerperiodes, maar op natte wintergrond kan de pol achteruitgaan. De plant kan aanvankelijk rustig op gang komen en vormt daarna een duurzame pol zonder agressieve uitlopers. Hij komt goed tot zijn recht in zonnige borders, prairiebeplantingen en grotere groepen.
De dichte bladpol wordt doorgaans ongeveer 30 tot 40 cm hoog en circa 50 cm breed. Tijdens de bloei steken de fijne stengels duidelijk boven het loof uit en bereikt de plant ongeveer 70 tot 80 cm. Door de luchtige bloei blijft het bovenste deel transparant. De cultivar neemt daardoor visueel minder ruimte in dan een dicht siergras met dezelfde hoogte. Hij past op de voorgrond of in het middendeel van een zonnige border, maar vraagt voldoende ruimte om zijn gebogen blad natuurlijk te laten uitgroeien.
Ja, zodra de plant goed is ingeworteld verdraagt 'Wisconsin Strain' droge zomerperiodes behoorlijk goed. Een zonnige, goed doorlatende bodem is belangrijker dan een voedselrijke grond. Geef na het planten wel regelmatig water totdat de wortels voldoende ontwikkeld zijn. Langdurig natte grond, vooral tijdens de winter, is minder geschikt en kan de vitaliteit van de pol verminderen. Op zware kleigrond is een luchtige bodemstructuur en een goede afvoer van overtollig water daarom noodzakelijk.
Knip het afgestorven loof aan het einde van de winter terug, kort voordat de nieuwe groei begint. Snoeien in het najaar is niet nodig: de koperkleurige bladeren en fijne bloeistengels behouden gedurende een deel van de winter hun structuur. Verwijder bij het terugknippen al het oude blad zonder de jonge scheuten te beschadigen. Omdat dit siergras een compacte pol vormt en niet met agressieve uitlopers uitbreidt, is verder weinig snoeiwerk nodig.
Prairiedropzaad investeert na het planten eerst in de ontwikkeling van zijn wortelgestel en kan daardoor tijdens de eerste groeiseizoenen bescheiden blijven. Een warme, zonnige standplaats helpt de plant om een stevige pol te vormen. Vermijd zowel uitdroging vlak na de aanplant als langdurig natte grond. Eenmaal gevestigd wordt de pol dichter en verbetert ook de bloei. Geef de plant daarom voldoende tijd en verplaats hem niet onnodig wanneer de groei aanvankelijk beperkt lijkt.
Nee, dit siergras is niet wintergroen. Het fijne blad verkleurt in het najaar van groen naar oranje, koper en brons en sterft daarna geleidelijk af. De droge pol kan tijdens de winter wel rechtop blijven staan en behoudt daardoor enige structuur. Hoe lang dat winterbeeld intact blijft, hangt af van wind, regen en sneeuw. Laat het oude loof staan tot het einde van de winter en knip het terug voordat de nieuwe scheuten verschijnen.