- All products
- Sierplanten
- Meerjarige vaste planten
- Siergrassen
- SPARTINA PECTINATA 'AUREOMARGINATA'
- Siergrassen
Bont slijkgras (Spartina pectinata 'Aureomarginata') onderscheidt zich door zijn lange, overhangende bladeren met goudgele tot crèmekleurige lengtestrepen. Het vormt hoge pollen van ongeveer 1,5 meter en geeft vooral op een zonnige standplaats een duidelijk verticaal accent.
De bloei verschijnt doorgaans in augustus en september. De smalle, bruinachtige bloeiaren zijn minder opvallend dan het bonte blad. Het loof sterft in het najaar af, maar de verdroogde bladeren en bloeistengels kunnen tijdens de winter blijven staan.
Deze cultivar groeit het best in vochtige grond en is geschikt voor vijverranden, vochtige borders en oeverbeplantingen. De bodem mag vochthoudend tot moerassig zijn, maar de wortelstok wordt bij voorkeur niet permanent diep onder water geplant.
Door de kruipende wortelstokken kan de plant zich geleidelijk over een ruime oppervlakte uitbreiden. Voorzie daarom voldoende plaats of begrens de wortelzone wanneer uitbreiding ongewenst is. Knip het afgestorven loof in februari of maart terug tot dicht bij de grond, vóór de nieuwe groei begint.
De plant vormt kruipende wortelstokken en kan daardoor geleidelijk een brede begroeiing ontwikkelen. Dat is nuttig op ruime oevers en taluds waar een gesloten beplanting gewenst is. In een kleine border kan de uitbreiding meer opvolging vragen. Controleer daar regelmatig de rand van de pol en verwijder ongewenste uitlopers. Een fysieke wortelbegrenzer kan worden gebruikt wanneer de plant binnen een vaste oppervlakte moet blijven.
Plant bont slijkgras bij voorkeur in vochtige tot moerassige grond aan de vijverrand, niet permanent in diep water. Een natte oeverzone waar de bodem vochtig blijft, sluit het best aan bij zijn groeibehoefte. Op een plaats die langdurig volledig onder water staat, kan de ontwikkeling tegenvallen. Houd bij de aanplant ook rekening met de kruipende wortelstok, die zich op een geschikte oever geleidelijk kan uitbreiden.
Alleen wanneer voldoende ruimte beschikbaar is of de wortelzone wordt begrensd. De plant wordt ongeveer 1,5 meter hoog en verspreidt zich met kruipende wortelstokken. In een kleine border kan hij daardoor naburige planten verdringen wanneer de uitbreiding niet wordt opgevolgd. Voor een ruime vijverrand, een vochtige strook of een grotere natuurlijke beplanting is deze groeiwijze beter bruikbaar.
Knip de verdroogde bladeren en bloeistengels in februari of maart terug tot dicht bij de grond, voordat de nieuwe scheuten verschijnen. Het afgestorven loof kan gedurende de winter blijven staan en geeft dan structuur aan de beplanting. Snoei niet onnodig vroeg in het najaar. Draag bij het terugknippen handschoenen, want de lange grasbladeren kunnen vrij scherp aanvoelen.
Een zonnige plaats met een vochtige, vochthoudende bodem is het meest geschikt. De plant kan worden gebruikt langs vijvers, op vochtige taluds en in ruime borders die in de zomer niet langdurig uitdrogen. Een permanent droge standplaats is minder passend. Voorzie bovendien voldoende groeiruimte, omdat de wortelstokken zich buiten de oorspronkelijke pol kunnen uitbreiden.