- All products
- Sierplanten
- Bodembedekkers
- SEMPERVIVUM HYBRIDE 'SILBERKARNEOL'
- Bodembedekkers
Roodroze rozetten met zilverige beharing
Sempervivum 'Silberkarneol' vormt compacte rozetten van vlezige, puntige bladeren. De bladkleur varieert van groen aan de basis tot roodroze en roodbruin, met fijne zilverkleurige haren langs en tussen de bladeren. De kleur is het duidelijkst op een zonnige standplaats en kan doorheen het seizoen veranderen.
Volwassen rozetten ontwikkelen in juli en augustus stevige bloemstengels met roze, stervormige bloemen. Een rozet sterft na de bloei af, maar vormt voordien doorgaans jonge nevenrozetten. Zo groeit de plant geleidelijk uit tot een laag tapijt.
Standplaats en bodem
Deze huislook groeit het best in volle zon en op een arme, stenige of zanderige bodem. Een goede afwatering is belangrijker dan de voedselrijkdom. Vooral tijdens natte Belgische winters kan stilstaand water tot rotting leiden.
'Silberkarneol' is bruikbaar in rotstuinen, grindvakken, muurspleten, troggen en lage potten. Gebruik in een pot een mineraal substraat en zorg voor vrije afvoeropeningen. Op een geschikte standplaats vraagt de plant weinig onderhoud; verwijder alleen plantenresten die de rozetten langdurig vochtig of donker houden.
De bladkleur verandert met het seizoen, de lichtintensiteit en de groeiomstandigheden. Op een zonnige plaats komen de roodroze tot roodbruine tinten doorgaans het duidelijkst naar voren. Tijdens de winter of bij minder licht kan de plant groener worden. Ook jonge rozetten zijn niet altijd meteen even intens gekleurd. Deze kleurvariatie is normaal en wijst niet op een probleem. Vermijd wel een zware bemesting: een voedselrijke bodem stimuleert zachtere groei en kan het compacte karakter en de typische bladkleur verminderen.
Elke afzonderlijke rozet van huislook bloeit maar één keer. Na de vorming van de bloemstengel en de zaden sterft die rozet geleidelijk af. De volledige plant gaat daardoor niet verloren: vóór de bloei worden meestal jonge nevenrozetten gevormd die verder groeien. De afgestorven rozet kan worden verwijderd zodra ze volledig verdroogd is. Dit houdt de pol luchtig en voorkomt dat dood plantenmateriaal in een natte periode vocht vasthoudt tussen de overblijvende rozetten.
Ja, op voorwaarde dat regen- en gietwater snel uit de pot kunnen wegvloeien. Gebruik een vorstbestendige pot met voldoende afvoeropeningen en een mineraal, goed drainerend substraat. Een laagje grind rond de rozetten helpt voorkomen dat de bladeren voortdurend op natte potgrond rusten. Bescherming tegen koude is doorgaans minder belangrijk dan bescherming tegen langdurige winterse nattigheid. Zet de pot daarom niet in een onderschaal waarin water blijft staan en plaats hem bij voorkeur op een zonnige, luchtige plek.
Ja. De compacte rozetten kunnen groeien in kleine openingen met weinig substraat, zolang er voldoende zonlicht is en water onmiddellijk kan wegzakken. Meng bij aanplant grof zand of fijn grind door de grond en vermijd zware, vochtvasthoudende potgrond. In een muurspleet moet er genoeg ruimte zijn voor de wortels en jonge nevenrozetten. Houd hogere planten en afgevallen blad uit de buurt, omdat aanhoudende schaduw en opgesloten vocht de rozetten minder compact maken en de kans op rotting verhogen.
De cultivar vormt jonge rozetten rond de oudere planten. Zodra zo'n nevenrozet voldoende ontwikkeld is, kan ze voorzichtig worden losgemaakt en in een droge, goed drainerende grond worden geplant. Bedek alleen de wortels en laat het hart van de rozet vrij. Geef na het planten beperkt water, zodat de jonge plant kan wortelen zonder langdurig nat te blijven. Vermeerdering via nevenrozetten behoudt de eigenschappen van de cultivar beter dan vermeerdering uit zaad.