- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Loofbomen
- SALIX ALBA 'CHERMESINA' HOOGSTAM
- Loofbomen
Oranjerode twijgen in de winter
Salix alba 'Chermesina' onderscheidt zich door de warme oranje tot oranjerode kleur van de jonge twijgen. Deze kleur is het duidelijkst zichtbaar nadat het smalle, grijsgroene blad in de herfst is afgevallen. Oudere takken en de stam krijgen geleidelijk een ruwe, gegroefde schors.
Deze hoogstam heeft een kale stam van 2,20 meter met daarboven de kroon. De boom groeit krachtig en kan in vrije groei ongeveer 12 tot 18 meter hoog worden, met een brede kroon. Daardoor is hij vooral geschikt voor grotere tuinen, parken en landschappelijke beplantingen.
Standplaats en snoei
Een zonnige standplaats bevordert een krachtige groei en een duidelijke twijgkleur. De bodem mag vochtig tot nat zijn, maar moet voldoende lucht in de wortelzone behouden. Leem- en kleigronden zijn geschikt zolang ze niet langdurig zuurstofloos blijven. Op droge grond groeit deze wilg minder goed.
Regelmatig knotten of sterk terugsnoeien stimuleert de vorming van jonge, intens gekleurde scheuten en beperkt de kroonomvang. Zonder deze snoei ontwikkelt 'Chermesina' zich tot een grote boom. Houd bij de standplaatskeuze rekening met de sterke groei en de ruime kroon.
| Location | Sun, Partial shade, Tolerates temporary waterlogging |
| Characteristic | Striking bark, Bee-friendly plant |
| Blooming period | February |
| Flower color | Yellow |
| Growth rate | Fast |
Zonder regelmatige knot- of vormsnoei kan Salix alba 'Chermesina' uitgroeien tot een forse boom van ongeveer 12 tot 18 meter hoog. Ook de kroon wordt breed, waardoor voldoende afstand tot gebouwen, perceelsgrenzen en verhardingen nodig is. Door de kroon geregeld terug te zetten, blijft de boom aanzienlijk compacter. De hoogstamvorm heeft een kale stam van 2,20 meter; dit is de stamhoogte tot aan de kroon en niet de totale hoogte van de boom.
De warmste kleur zit op de jonge scheuten. Door de kroon geregeld terug te snoeien, maakt de boom nieuwe twijgen die in de daaropvolgende winter duidelijk oranje tot oranjerood kleuren. Op een zonnige standplaats komt deze kleur doorgaans het best tot uiting. Bij een vrij uitgroeiende kroon neemt het aandeel jonge twijgen af en valt de winterkleur minder sterk op. Snoei bij voorkeur tijdens de rustperiode en pas de frequentie aan de gewenste kroonvorm aan.
Ja. Deze wilg groeit goed op vochthoudende leem- en kleigrond en verdraagt ook tijdelijk een hoge waterstand. Hij is daardoor bruikbaar nabij waterlopen, in natte graslanden en op plaatsen waar de bodem periodiek nat wordt. Een permanent zuurstofloze bodem blijft minder geschikt. Op droge zandgrond vraagt de boom tijdens droge perioden veel extra water, vooral in de eerste jaren na aanplant. Een standplaats die van nature voldoende vocht vasthoudt heeft daarom de voorkeur.
Knotten is niet noodzakelijk, maar heeft een duidelijke invloed op de uiteindelijke vorm. Zonder knotbeheer ontstaat een grote boom met een brede kroon. Regelmatig knotten beperkt de omvang en stimuleert jonge scheuten met de opvallendste winterkleur. Begin met het gewenste snoeibeheer voordat zware gesteltakken ontstaan. Wie een natuurlijke boomvorm wil, beperkt de snoei tot het verwijderen van beschadigde of slecht geplaatste takken en voorziet vanaf de aanplant voldoende ruimte voor de volwassen kroon.
Alleen wanneer de kroon consequent als knot- of vormboom wordt beheerd. In vrije groei wordt 'Chermesina' te groot en te breed voor de meeste kleine tuinen. Bovendien maakt de boom door zijn sterke groeikracht snel lange scheuten, waardoor het snoeiwerk regelmatig moet worden herhaald. Voor een ruime tuin of landschappelijke standplaats kan de kroon natuurlijk uitgroeien. Beoordeel vóór de aanplant niet alleen de beschikbare hoogte, maar ook de ruimte voor de brede kroon en het toekomstige snoeibeheer.