- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Meerstammige
- RHUS TYPHINA 'DISSECTA' MEERSTAM
- Meerstammige
Rhus typhina 'Dissecta' onderscheidt zich door zijn grote, diep ingesneden bladeren. Ze geven deze meerstammige fluweelboom een fijnere en luchtigere bladstructuur dan de gewone soort. De jonge takken zijn opvallend fluweelachtig behaard. In de herfst verkleurt het groene blad intens van oranje naar rood.
De meerstammige groeiwijze komt het best tot haar recht als solitaire plant of als los accent in een ruime beplanting. De plant groeit breed uit en vormt worteluitlopers. Controleer daarom regelmatig de ruimte rond de stam en verwijder ongewenste scheuten zodra ze verschijnen.
Een zonnige standplaats geeft doorgaans de krachtigste herfstverkleuring, maar lichte halfschaduw wordt eveneens verdragen. Kies een goed doorlatende bodem en vermijd langdurig natte grond. Eenmaal goed ingeworteld kan deze fluweelboom droge perioden behoorlijk verdragen.
Snoei is doorgaans alleen nodig om beschadigde takken, ongewenste uitlopers of storende scheuten te verwijderen. Door terughoudend te snoeien blijft de natuurlijke, breed uitgroeiende meerstammige vorm behouden.
Ja. Rhus typhina 'Dissecta' kan vanuit het wortelstelsel nieuwe scheuten vormen, soms op enige afstand van de oorspronkelijke plant. Verwijder ongewenste uitlopers zodra ze zichtbaar worden en steek ze zo dicht mogelijk bij hun oorsprong af. Regelmatige controle voorkomt dat de plant zich breder uitbreidt dan voorzien. Plaats hem daarom niet vlak naast moeilijk bereikbare verharding of in een kleine border waar geen ruimte is om uitlopers op te volgen.
Alleen wanneer er voldoende ruimte beschikbaar is. De cultivar blijft doorgaans kleiner dan de gewone fluweelboom, maar ontwikkelt een brede kroon en kan zich via worteluitlopers uitbreiden. In een compacte tuin vraagt hij daarom meer opvolging dan een struik die niet uitloopt. Een open standplaats, waar de natuurlijke meerstammige vorm vrij kan uitgroeien en uitlopers gemakkelijk bereikbaar blijven, is het meest geschikt.
Kies bij voorkeur een zonnige plek op goed doorlatende grond. In de zon ontwikkelt het blad doorgaans de krachtigste oranjerode herfstkleur. Lichte halfschaduw wordt verdragen, maar een donkere standplaats is minder geschikt. Vermijd bodems waarop water langdurig blijft staan. Na het aanplanten is regelmatig water nodig tot de wortelkluit goed is ingeworteld; daarna verdraagt de plant tijdelijke droge perioden beter.
Nee, een vaste jaarlijkse snoei is niet nodig. Verwijder vooral beschadigde of kruisende takken en scheuten die de meerstammige opbouw verstoren. Ook worteluitlopers kunnen regelmatig worden weggehaald. Sterke vormsnoei is meestal niet wenselijk, omdat die de natuurlijke, luchtige kroonvorm verandert en krachtige nieuwe scheutgroei kan veroorzaken. Beperk snoei daarom tot gerichte correcties.
Rode, opstaande vruchtpluimen ontstaan alleen op vrouwelijke planten nadat bestuiving heeft plaatsgevonden. Omdat het geslacht van het aangeboden exemplaar niet bevestigd is, kunnen deze vruchten niet worden gegarandeerd. De cultivar wordt in de eerste plaats gekozen voor het diep ingesneden blad, de fluweelachtig behaarde takken en de sterke herfstverkleuring. Bij een vrouwelijk exemplaar kunnen de vruchtpluimen tot na de bladval zichtbaar blijven.