- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- PUNICA GRANATUM 'FAVORITE'
- Bladverliezend
Aromatische granaatappels met een zoetzure smaak
Granaatappel (Punica granatum 'Favorite') vormt middelgrote vruchten die bij volledige rijpheid donkeroranje kleuren. Het sappige vruchtvlees heeft een uitgesproken granaatappelaroma met een evenwichtige zoetzure smaak. De pitten zijn vrij hard. De vruchten kunnen vers worden gebruikt, maar zijn ook geschikt om te persen tot sap of te verwerken tot siroop.
De oogst valt in het najaar. In het Belgische klimaat is vruchtzetting mogelijk, maar volledige rijping lukt vooral tijdens warme zomers en op een beschutte standplaats. Een zonnige muur op het zuiden of zuidwesten helpt om voldoende warmte op te bouwen.
Compacte struik met oranjerode bloemen
'Favorite' groeit als een bossige, meerstammige struik en blijft doorgaans ongeveer 1,2 tot 2 meter hoog. De smalle, glanzend groene bladeren lopen vrij laat uit en vallen in het najaar af. Vanaf de vroege zomer verschijnen oranjerode bloemen, die bij gunstig weer gedurende een lange periode kunnen aanhouden.
Warme en beschutte standplaats
Plant deze granaatappel in de volle zon, op een warme plek uit koude wind. De bodem moet goed doorlatend zijn; langdurig natte grond verhoogt het risico op wortelproblemen. Een exemplaar in pot kan tijdens de winter op een koele, lichte en vorstvrije plaats worden gezet.
'Favorite' verdraagt meer vorst dan veel andere granaatappelrassen, maar is niet zonder voorbehoud winterhard in België. Vooral jonge planten en exemplaren in pot vragen bescherming. Bij zware vorst kunnen bovengrondse takken invriezen, waardoor bloei en oogst in het volgende seizoen kunnen wegvallen.
Ja, maar een betrouwbare oogst is in België niet vanzelfsprekend. 'Favorite' heeft veel zon en zomerwarmte nodig om de vruchten voor het einde van het groeiseizoen te laten rijpen. Plant hem daarom bij voorkeur tegen een beschutte muur op het zuiden of zuidwesten. In koelere zomers kunnen gevormde vruchten onvoldoende afrijpen. Teelt in een ruime pot biedt het voordeel dat de plant tijdens koele perioden tijdelijk warmer kan worden geplaatst. De late rijping maakt de standplaats bepalender voor de oogst dan de vruchtzetting zelf.
Ja, 'Favorite' is zelfbestuivend en kan dus zonder tweede granaatappel vruchten vormen. Een andere gelijktijdig bloeiende cultivar in de omgeving kan de vruchtzetting verhogen, maar is niet noodzakelijk. Voor een goede oogst zijn voldoende warmte, zonlicht en bezoek van bestuivende insecten minstens even belangrijk. Wanneer de plant wel bloeit maar weinig vruchten vormt, kan koel of nat weer tijdens de bloei een rol spelen. Ook een tekort aan direct zonlicht kan de bloei en vruchtontwikkeling beperken.
Dat kan alleen op een zeer warme, beschutte plek en met passende winterbescherming. 'Favorite' is vorsttoleranter dan veel andere granaatappels, maar jonge planten blijven gevoelig voor strenge of langdurige vorst. Dek de wortelzone af met een isolerende mulchlaag en bescherm de takken tijdens koude perioden. Bovengrondse delen kunnen na zware vorst invriezen. De plant kan daarna opnieuw uitlopen, maar bloei en vruchtvorming vallen in zo'n hersteljaar meestal grotendeels weg. In koudere tuinen is teelt in pot veiliger.
Ja. Door zijn beperkte hoogte kan 'Favorite' in een ruime pot op een zonnig terras worden geteeld. Gebruik een pot met voldoende afwateringsgaten en een luchtig substraat dat overtollig water snel afvoert. Geef tijdens de groei regelmatig water, maar laat de wortels niet voortdurend nat staan. Een pot droogt sneller uit dan volle grond, vooral tijdens de vruchtontwikkeling. Overwinter de plant bij voorkeur koel, licht en vorstvrij. Verpot wanneer de wortelkluit de pot volledig vult of wanneer water moeilijk in het substraat dringt.
De vruchten rijpen in het najaar, doorgaans vanaf oktober wanneer de zomer voldoende warm was. Een rijpe vrucht heeft een uitgesproken donkeroranje kleur en voelt zwaar aan voor haar formaat. Oogst vóór langdurige koude of zware nachtvorst. In het Belgische klimaat kunnen laat gevormde vruchten onrijp blijven, vooral op een minder zonnige standplaats. De sappige pitmantels hebben een aromatische, zoetzure smaak en kunnen vers worden gegeten of tot sap worden geperst. De eigenlijke pitten zijn bij deze cultivar vrij hard.