- All products
- Sierplanten
- Sierstruiken
- Bladverliezend
- PRUNUS INCISA 'KOJOU-NO-MAI'
- Bladverliezend
Fuji-kers (Prunus incisa 'Kojou-no-mai') is een traag groeiende sierheester met een compacte, onregelmatige groeiwijze. De fijne takken groeien karakteristiek zigzaggend en blijven daardoor ook na de bladval goed zichtbaar.
De lichtroze bloemknoppen verschijnen vroeg in het voorjaar en openen tot bleekroze à witte bloemen. Daarna loopt het kleine, frisgroene blad uit. In de herfst verkleurt dit naar warme tinten van oranje en rood voordat het afvalt.
Standplaats en verzorging
Deze cultivar groeit het best in de zon tot halfschaduw, op een humusrijke en goed doorlatende bodem. Vermijd langdurig natte grond. Door zijn beperkte groeikracht is hij geschikt voor kleinere tuinen en voor teelt in een ruime pot, mits overtollig water gemakkelijk kan wegvloeien.
Snoei is doorgaans nauwelijks nodig. Verwijder alleen dode, beschadigde of kruisende takken en vermijd zware snoei, omdat die de natuurlijke vertakking verstoort.
Prunus incisa 'Kojou-no-mai' groeit traag en blijft beduidend kleiner dan veel andere sierkersen. Op termijn kan de heester ongeveer 1,5 tot 3 meter hoog worden, afhankelijk van bodem, standplaats en snoei. De groei is compact en onregelmatig, met fijn vertakte, zigzaggende twijgen. Door deze beperkte groeikracht past de cultivar ook in een kleinere tuin. Houd bij het planten wel voldoende ruimte vrij zodat de natuurlijke takstructuur zich zonder regelmatige vormsnoei kan ontwikkelen.
Ja, deze compact groeiende Fuji-kers kan enkele jaren in een ruime pot worden gehouden. Gebruik een stabiele pot met voldoende afvoergaten en een luchtig, goed doorlatend substraat. De potgrond mag niet langdurig uitdrogen, maar stilstaand water rond de wortels moet eveneens worden vermeden. Een plant in pot vraagt tijdens warme en droge perioden vaker water dan een exemplaar in de volle grond. Verpot de heester wanneer de pot volledig doorworteld raakt of de groei duidelijk terugloopt.
De bloei valt in België doorgaans in maart en april. Het precieze tijdstip verschilt naargelang de wintertemperaturen, de regio en de standplaats. De lichtroze knoppen openen tot bleekroze à witte bloemen, meestal voordat het blad volledig ontwikkeld is. Op een beschutte, zonnige plek kan de bloei vroeger beginnen dan op een koele of halfschaduwrijke standplaats. Omdat de bloemknoppen vroeg ontwaken, kunnen geopende bloemen tijdens een late nachtvorst plaatselijk beschadigd raken.
Snoei deze sierkers zo weinig mogelijk. De grillige, zigzaggende takken vormen juist een belangrijk kenmerk van de cultivar. Dode, beschadigde of kruisende takken kunnen na de bloei op een droge dag worden verwijderd. Zware snoei is niet aangewezen, omdat de heester daardoor zijn natuurlijke vorm verliest en grote snoeiwonden bij sierkersen minder goed herstellen. Gebruik schoon en scherp gereedschap en snoei terug tot op een gezonde zijtak zonder lange stomp te laten staan.
Een beperkte bloei kan verschillende oorzaken hebben. In diepe schaduw worden doorgaans minder bloemknoppen gevormd. Ook sterke snoei kan bloeihout verwijderen, terwijl een pas geplante heester eerst energie aan de beworteling besteedt. Langdurig natte grond remt de wortelontwikkeling en kan eveneens ten koste gaan van de bloei. Kies daarom een zonnige tot halfschaduwrijke plek met een goed doorlatende bodem. Geef tijdens droge perioden water, maar vermijd een voortdurend natte wortelzone en overmatige bemesting.