- All products
- Sierplanten
- Bomen
- Naaldbomen
- PINUS NIGRA
- Naaldbomen
Donkere naalden en een krachtige kroon
De zwarte den (Pinus nigra) is een grote, wintergroene naaldboom met lange, stijve naalden die per twee bijeenstaan. Jonge bomen groeien breed kegelvormig en vrij dicht. Met het ouder worden verbreedt de kroon en krijgt ze een rondere, minder regelmatige vorm. De donkergrijze tot bijna zwarte, diep gegroefde schors wordt vooral bij oudere bomen opvallend.
Pinus nigra kan op termijn meer dan 20 meter hoog worden en ontwikkelt een brede kroon. De soort past daarom vooral in grote tuinen, parken en landschappelijke beplantingen. De boom wordt als solitair gebruikt, maar kan ook deel uitmaken van een windbestendige groenstructuur.
Standplaats en bodem
Een zonnige standplaats geeft de beste ontwikkeling. De zwarte den groeit op uiteenlopende grondsoorten en verdraagt ook droge, voedselarme en kalkrijke bodems. Een goede afwatering is belangrijk: langdurig natte grond kan wortelproblemen veroorzaken.
Eenmaal goed ingeworteld verdraagt de boom droge perioden en wind behoorlijk goed. Ook luchtvervuiling wordt relatief goed verdragen. Door zijn uiteindelijke omvang is Pinus nigra minder geschikt voor een kleine tuin, tenzij de beschikbare ruimte en het latere kroonvolume vooraf zorgvuldig worden beoordeeld.
Pinus nigra groeit in België doorgaans uit tot een grote boom van meer dan 20 meter hoog. De kroon wordt eerst breed kegelvormig en verbreedt later tot een ronde of enigszins afgeplatte kroon. Ook de kroonbreedte kan aanzienlijk worden. Houd daarom voldoende afstand tot gebouwen, perceelsgrenzen en verhardingen. De uiteindelijke afmetingen hangen mede af van de bodem, de beschikbare wortelruimte en de standplaats.
Ja. De zwarte den verdraagt droge, schrale en kalkrijke grond beter dan veel andere grote naaldbomen. De bodem moet wel voldoende doorlatend zijn, want langdurig stagnerend water is ongunstig voor de wortels. Geef na het planten water tijdens droge perioden totdat de boom goed is ingeworteld. Daarna kan Pinus nigra tijdelijke zomerdroogte doorgaans goed opvangen.
Pinus nigra heeft doorgaans langere, stijvere en donkerder groene naalden dan de grove den (Pinus sylvestris). Ook de stam verschilt: de zwarte den vormt een donkere, grof gegroefde schors, terwijl de bovenste stam van een oudere grove den vaak opvallend oranjerood kleurt. Pinus nigra ontwikkelt meestal een zware, brede kroon en oogt daardoor compacter en donkerder.
De zwarte den is goed windbestendig zodra hij stevig is ingeworteld. Daardoor kan hij worden toegepast op open terreinen en in landschappelijke beplantingen. Ook zeewind wordt redelijk goed verdragen, al blijven jonge aanplantingen gevoelig voor uitdroging. Op een winderige plaats zijn een correcte verankering en voldoende water tijdens de eerste groeijaren belangrijk voor een gelijkmatige ontwikkeling.
Meestal niet. Pinus nigra wordt een hoge boom met een brede kroon en vraagt op volwassen leeftijd veel boven- en ondergrondse ruimte. Vormsnoei is mogelijk, maar verandert niets aan de natuurlijke groeikracht en vraagt regelmatig onderhoud. Voor een kleine tuin is een compact blijvende dennensoort of cultivar doorgaans een betere keuze. Controleer vóór het planten ook de afstand tot gebouwen en perceelsgrenzen.